De Ene Dag
Gezien: Blue Highways
Wanneer: 19 april 2008
Waar: Vredenburg Utrecht
Door Wim Boluijt
Presentatieperikelen
Iris DeMent? Ja. Hubert dement? Nou… Een flauwe woordgrap, zeker. Maar niet meer zouteloos dan de presentatie van Hubert van Hoof en Jan Donkers. Een festival krijgt wat het verdient. Even voordat Greg Brown en Bo Ramsey gaan spelen, ze stemmen en pluggen kabels in, fluistert van Hoof iets in het oor van Greg Brown. Die knikt afwezig. Wanneer ze klaar zitten, komt van Hoof op. De Aankondiging. De man die hier naast me zit, de vader van Pieta Brown, was hier vorig jaar ook. Brown en Ramsey kijken op. Dan lijkt van Hoof zich te realiseren dat het ergens in zijn hoofd aan essentiële informatie ontbreekt. Zijn ervaring grijpt in. Shall I call you the Iowa connection? Brown en Ramsey knikken. De vader van Pieta Brown, die geheel toevallig ook Brown heet, was er dus vorig jaar niet. Bo Ramsey wel.
Hoeken
Nooit gedacht dat ik het oude Vredenburg nog eens zou missen. De hoeken. De gangen. Het rondje. Hier en daar een kraampje. Omdat Utrecht haar binnenstad vernieuwt heeft Vredenburg nu een tijdelijk locatie: Vredenburg Leidsch Rijn. Op een industrieterrein aan de rand van de stad staat een grote loods. Sociotherapeuten onder ons weten dat het dode milieu, zeg maar de materie, zeer bepalend is voor het levende milieu. Normaal spreken we dan van het therapeutisch klimaat. Hier, in Vredenburg Leidsche Rijn, zou je kunnen spreken van het muzikale klimaat. Een ander gebouw betekent een andere opzet. Dat lijkt de organisatie van Blue Highways zich onvoldoende te hebben gerealiseerd. Er staat een podium in De Foyer. Waar ook de garderobes zijn. Vergeefs zoek je naar kraampjes. Die zullen wel boven zijn denk je, bij De Zaal. Mis. Een klein kraampje met cd’s, dat is alles. Langzaam maar zeker dringt het dan tot iedereen door dat we het zullen moeten doen met dat ene kraampje dat zich op een meter of vijftien van de ingang heeft opgesteld. Buiten. Lauwe frites en hamburgers. Terwijl de motregen gestaag op de bezoekers neerdaalt.
Toekomst
Ik kies ervoor om niet naar de concerten in De Foyer, waar het een komen en gaan van mensen is, te gaan. Daardoor mis ik Kendel Carson, A.J. Roach, J.B. Beverly & The Wayward Drifters, Diana Jones, Mary Gauthier en Malcolm Holcombe. Het lijkt erop of meer mensen wat onwennig hun weg zoeken. Toch is de sfeer gemoedelijk en in aanleg gezellig. Liefhebbers, allemaal. Dat merk je aan de stilte in De Zaal wanneer er gespeeld wordt. Aan het applaus. Aan de glans in de ogen. Maar opwinding? Dat zit er niet in. Jeugd? Kleur? Verrassing? Nou, nee. We zijn getuige van het langzaam maar zeker uitsterven van een muzieksoort: de witte welgestelde westers georiënteerde rootsmuziek. Een zaterdag als requiem. Devoot en met passende passie: onvoorwaardelijke liefde, beleden in stilte. Want vergis u niet, dit gaat diep. Aan het hart ook. Natuurlijk, mededogen met de organisatie is op z’n plaats. Lof ook voor het naar Nederland halen van Greg Brown. Eindelijk. Het zijn moeilijke tijden. Digitaal voor spreektaal. Downloaden in plaats van draaien. Het handjevol liefhebbers koopt nog wel. Veel. Maar het zet geen zoden aan de dijk. Toch past ook kritiek. Met een programmering als deze zal het avontuur niet terugkomen. Wel met de ngoni van Bassekou Kouyata. Of The Klezmatics. Of Justin Adams & Juldeh Camara. Of Marcel Khalife. U kent vast ook voorbeelden. De vraag of de puristen dit zullen accepteren is gerechtvaardigd. Anderzijds: hoe komt het dat mijn zoon wel naar Josh Ritter ging en niet naar Blue Highways? De jeugd heeft de toekomst. Dat was vroeger al zo.
De Zaal
Eilen Jewell deed wat van haar werd verwacht. Op ontwapende wijze speelde ze fraaie liedjes. Van haarzelf en van Loretta Lynn. De John Denver van de altcounty, Michael Fracasso, heeft de staf van Mozes in zijn stem. De Rode Zee splijt. Het hoge timbre trekt een spoor. Voor of tegen. Ik aarzel. De twee liedjes die hij van World In A Drop Of Water (1998) – het enige album dat ik van hem heb – speelt (Started On The Wrong Foot) zijn erg fraai. Terwijl Ian Matthews mooi meezingt. Soms is Fracasso echter net te sentimenteel. Te ijl. Hij laat me achter met een aangename twijfel. Zo niet Dayna Kurtz. Ze eindigt met een soort van rockabilly. Peter Vitalone toetst haar. En slaagt zelf op piano, orgel en accordeon. Onderhoudend is een versleten woord. Maar het is hier wel van toepassing. Bij Chris Smither vallen zoals altijd de de noten als rubberballetjes van de gitaar. Ze stuiteren op de grond en rollen rond. Zoiets als rubber aan een touwtje. David Goodrich en Zach Trojano spelen mee. Zonder had ook gekund. Goed is goed. Een mooi liedje over zijn vader ook. Wanneer Iris DeMent speelt zit ik met één van de Mannen van Formaat (postuur speelt hier geen rol) waarmee ik naar Blue Highways gekomen ben, net buiten De Zaal te kletsen. We horen haar vaag. Tot ik ineens Greg Brown’s Cheapest Kind hoor. Ik vlieg naar binnen en zie haar zitten achter die grote piano. Aangedaan. Later in de auto op weg naar huis zal de andere Man van Formaat zeggen dat ze geweldig was. Meer puur kun je het niet krijgen. Als alles tekort schiet is er altijd nog Iris DeMent. Hij zegt het. Nooit zal ik haar meer horen zoals zaterdag. Over Sam Baker & Walt Wilkins and The Mystiqueros kan ik kort zijn: bijzonder fraai. Everyone is at the mercy of another one’s dream. Voor zo’n zin ga je alleen al naar Utrecht. De liedjes zijn gekleed in in jasjes van fijne stof. Maar ook: elegant als hout.
Greg Brown. Met een handvol liefhebbers sta ik voor het podium. Poor Backslider. Jesus And Elvis. Een Merle Haggardliedje. Dream City. If I Had Known. Diep. Maar hij kan dieper. De zaal te groot?
Jesus had some water, said "Wine'd be better yet".
Elvis picked up a guitar and made all women wet.
Voor zulke woorden ga je ook naar Utrecht. Jason Isbell & The 400 Unit helemaal gezien en gehoord. Danko/Manuel is een prachtig liedje. Verder raakt hij me niet. Zijn gitarist speelt met de timing van een Zwitserse klokkenmaker met de ziekte van Stuitermans. De drummer slaat niet hard genoeg en mist daarbij ook nog eens een krachtig versterkt geluid. Ik onderga het en hoor een liefhebber na afloop zeggen dat het goed was. Ik geloof hem op zijn woord. Pas de andere dag begrijp ik dat ik in De Foyer had moeten zijn.