Nathan Hamilton
Café de Stad, Utrecht
Zondag, 11 oktober 2007
HET WAS STIL IN DE STAD
Door Patrick Donders
Het moet vreemd voelen. Op zijn minst onwennig. Sta je thuis in een club te spelen omdat de eigenaar denkt dat livemuziek het bier sneller in de glazen doet belanden, ben je in Utrecht en draait de eigenaar van het café waar je speelt de tap dicht omdat hij een liefhebber is en omdat de tent vol zit met mensen die naar je willen luisteren. Het overkwam Nathan Hamilton. Hij stond zondag op een piepklein podium in café De Stad en hij genoot. Dik anderhalf uur speelde hij en er was niemand die om Sweet Home Alabama schreeuwde, niemand die dronken werd, niemand die niet speciaal voor hem was gekomen.
Hamilton is een bescheiden man met een sober voorkomen. Hij heeft een hoedje gehad van zijn gitarist, die er overigens niet bij was want er paste niemand extra op het podium, en dat hoedje is het enige extravagante aan hem. Eerlijk is hij ook. Wim schreef treffend, in zijn verhaal over Roots Of Heaven, dat bij veel van Hamilton’s composities de deur vanaf het begin open staat. Het is meteen duidelijk dat dit handelt over oude hoeren en roestige Coupe de Villes. Dit verhaal is vaker verteld maar toch dwingt Hamilton aandacht af. Dat komt door die eerlijkheid. Hij is geloofwaardig en zingt zonder overdreven accent. Het klinkt bijna Engels. Het is, ondanks de verhalen van zweet en stof, fris. In de dik anderhalf uur trakteert Hamilton op een rijke bloemlezing uit zijn oeuvre. Het prachtige Tuscola is altijd het hoogtepunt, nu ook. Fiero’s Run is opzwepend, heftig en intens. De nieuwe nummers lijken weer het niveau van All For Love And Wages te hebben. Blue Highways betekende een paar jaar geleden de doorbraak voor Hamilton. Hij heeft er zijn publiek aan te danken. Dat publiek eert hem door te luisteren en heel hard te klappen. Het doet hem zichtbaar goed. (Patrick Donders)