Vorig jaar waren ze de grote verrassing op Moulin Blues. Nu komen ze terug voor een uitgebreide clubtour: The Imperial Crowns uit Los Angeles. Een gesprek met frontman Jimmie Wood (49) over Lightnin` Hopkins, Lester Butler en God.

JIMMIE WOOD SPEELT GRAAG MET DE DUIVEL

Het is nog vroeg op de middag als The Imperials Crowns het podium op moeten in Ospel. Normaal gesproken staat er tegen die tijd een opwarmertje te spelen en is het bier voor menigeen veel belangrijker dan de als behang fungerende muziek.
`The Imperial Crowns?`, mompelen festivalgangers, `hmmm, nooit van gehoord. Laten we dat maar eens even aankijken`. Zanger Jimmie `The Dynamic` Wood wint al gauw ieders ziel. Met de vlammende overtuiging van een gospelpredikant hitst hij de volle tent op. De (coole) gitarist J.J. Holiday en drummer Billy Sullivan spelen zompige energieblues met vette sporen rock, pop, soul en psychedelica. O ja, en Wood geselt zijn mondharmonica.

Bijna een jaar later is het mode onder bluesliefhebber om op te scheppen tegen diegenen die toen verstek lieten gaan: `The Imperial Crowns, d  r had je bij moeten zijn`. Kortom, het optreden staat in de boeken als historisch, pal achter dat van Lester Butler in 1998.
Butler, een goede vriend van Wood, kwam een week na Moulin Blues te overlijden aan een overdosis drugs. Ten tijde van Moulin was hij clean", weet Wood, zelf een exjunkie. Lester had niet hoeven sterven. Als de mensen die bij hem waren hem maar naar het ziekenhuis hadden gebracht. Maar nee, ze lieten hem liggen. Hij ademde immers nog. Een typische junkiedood."

Verdovende middelen hielden Jimmie Wood zelf lange tijd van de internationale podia. Hij had het veel te druk met drugs scoren in Los Angeles. In goede doen trad hij op met The Immortals, een tijdlang de begeleidingsband van exRolling Stone Mick Taylor.
Daarvoor had Wood als student in Boston the bluesscene verkend. Maar het begon allemaal met de Texaanse bluesmuzikant Lightnin` Hopkins, die hij op 12jarige leeftijd live zag. Kleine Jimmie wist het zeker: hij zou ook blueszanger worden. In een plaatselijke club kwamen de groten allemaal voorbij: Muddy Waters, Howlin` Wolf en John Lee Hooker. Drie jaar later stond hij naast Hopkins op het podium. De zwarte artiesten accepteerden me. Als je maar kon spelen, dan was het goed. `Look at this cat`, zeiden ze dan, `how cute`."

Tegelijkertijd met de blues ontdekte Jimmie drugs. Twintig jaar was hij verslaafd. Op een gegeven moment was het kiezen tussen leven en dood. De redding kwam van boven. Wood zingt erover op Praise his name, een gospelbluessong waarin hij God bedankt voor de nieuwe wending aan zijn leven. Zo ziet de al jaren cleane Wood ook zijn optredens; als een gospeldienst, waarin hij driftig gebarend en schreeuwend afrekent met de duivel.
Het gaat niet over christen zijn of een moslim, ik vul God op eigen wijze in. Ik hoef niet per se naar de kerk, de club waar ik speel is mijn kerk. En wat de duivel betreft; die hebben we allemaal in ons, en dat moet je maar accepteren. Ik hou ervan om met de duivel te spelen. Nee, ik heb nergens spijt van. Ik ben blij met waar ik nu ben. Er zijn trouwens ook muzikanten die drugs gebruiken ‚n succes hebben. Ik was niet een van hen."

Onder collega`s geldt Jimmie Wood ú The Cadillac Of Harmonica Players ú als een van de beste harpblazers. Hij speelde mee op The Tunnel Of Love van Bruce Springsteen, en op platen van metalband Megadeth en P.I.L., de band van Johnny Rotten (Sex Pistols). Och, met wie speelde hij niet: Cheap Trick, Sass Jordan, Gladys Knight, Paul Rogers, Bruce Hornsby & The Range en Etta James.
Het is een van de redenen waarom we pas ‚‚n plaat hebben gehoord van The Imperial Crowns. Is Wood niet als studiomuzikant actief, dan is hij samen met maatje Holiday op tournee met The Blues Brothers, ofwel Dan Aykroyd en Jim Belushi (broer van de overleden oorspronkelijke bluesbrother John Belushi, red.).

Maar niet getreurd Crownsfans, er komt een nieuwe cd aan, later dit jaar gevolgd door een liveplaat. Ook zonder drugs komen er volop nieuwe nummers uit de ziel van Jimmie Wood. Sommige artiesten zeggen dat de inspiratie verdwijnt wanneer ze geen drugs gebruiken. Dat geloof ik niet. Ofwel, je hebt de gave, of niet. Dat staat los van drugs. Dat schreef Ray Charles, zelf jarenlang aan de dops, in zijn autobiografie. Die boodschap heb ik altijd in mijn achterhoofd gehouden. Het wordt wederom een plaat met uiteenlopende invloeden. Funk en reagge om maar eens wat te noemen. De bluespuristen zullen afhaken, het zij zo. Ook ik hou van Robert Johnson en van Muddy Waters. Maar moet ik ze dan nadoen? Nee, muziek maken moet een weergave zijn van de huidige tijd."

En over nu is Jimmie Wood niet echt te spreken, zeker niet in eigen land. George Bush is fucking the country. Luister, ik ben een patriot, een grote partriot zelfs, maar vaak ben ik het niet met hem eens. Zijn politiek bevoordeelt de rijken en benadeelt de armen."
Dat is dan goed nieuwe voor de blues
''De blues is van alle tijden, man. Bedoeld om je een goed gevoel te geven, althans, dat is hoe het bij mij werkt."

DAGBLAD DE LIMBURGER, JANUARI 2003

 

All Rights: Hanx