BRUCE SPRINGSTEEN

Muzikaal gezien is The Rising (Columbia) niet echt opmerkelijk. Bruce Springsteen brengt het verleden - van Nebraska, naar The River en Born in The USA - naar het heden. Dat levert vertrouwd klinkende ballads en rock op. Door het toevoegen van melancholieke roots- en zwierige folkaccenten klinkt zijn eerste echte cd sinds The Goast Of Tom Joad uit 1995, minder bombastisch. Zo doet het opgewekte Waitin' On A Sunny Day niet alleen denken aan Hungry Heart, maar ook nadrukkelijk aan de bloeiende folkrockperiode van collega John Mellencamp. Toch is The Rising een bijzondere plaat. Voor het eerst sinds 1984 deed The Boss in de studio een beroep op de E Street Band, met oud-gedienden Roy Bittan, Clarence Clemons, Nils Lofgren, Danny Federici, Max Weinberg en Steven van Zandt. En dan is er HET THEMA dat grote delen van The Rising beslaat: 9-11 en de nasleep. Voor de fatale datum had Springsteen zegge en schrijve twee nieuwe liedjes klaar. Maar kort nadat de Twin Towers tegen de vlakte gingen werd hij op een morgen wakker met de hele plaat in zijn hoofd. Die hoefde alleen nog opgenomen te worden. Met een beetje verbeelding zijn de titels terug te voeren naar de aanslagen, ook al laat Springsteen geen enkele directe verwijzing horen. My City Of Ruins kennen we al. Lonesome Day komt daar bij, Into The Fire, Empty Sky, You're Missing, de titeltrack. The Boss zit echter niet bij de pakken neer. Hij wil de luisteraar en zijn landgenoten hoop bieden, en dat dioet hij op liedjes met titels als Paradise, Mary's Place, de titeltrack en verzoeningstunes World's Apart en Let's Be Friends. Daarmee kiest hij voor een andere koers dan Steve Earle die voor grote commotie zorgde door hetzelfde thema te bezingen, maar dan vanuit het standopunt van de vijand, in dit geval John 'Taliban' Walker Lindh. Bruce laat maatschappijkritiek achterwege; hij wil alleen maar een betere wereld. 'We Need You' zei een fan kort na de aanslag tegen hem op een parkeerplaats ergens in New Jersey. Dat heeft The Boss goed in zijn oren geknoopt. Hij biedt hoop.


STEVE AZAR

Steve Azar groeide op met blues in zijn woonplaats Greenville, Missisippi, waar ook Hank Williams nog een poos gewoond heeft Later volgden Bruce Springsteen en John Mellencamp. En die moeten diepe indruk gemaakt hebben op deze nieuwkomer in singer-songwritersland, want op Waitin On Joe (Mercury) klinkt hij als het neefje van beide rootsrockers tegelijk. De blues komt maar even voorbij, op Goin' To Beat The Devil, als intro van One Good Reason Why en op enkele stevige slide-solo's die zijn kruidige liedjes opsieren. Azar verstaat de kunst om catchy liedjes te schrijven, met nog rakere refreintjes (I Don't Have To Be Me (de single), The Underdog (denk aan JW Roy)). Wat minder voor het pleit is dat hij te weinig een eigen geluid laat horen en af en toe een tikkeltje klef. Damn The Money bijvoorbeeld roept meteen Steve Earle op en Lay Your Heart Next To Mine zwijmelt net teveel. Maar goed; zijn stem is ok, en zijn voordracht zo gedreven dat je vooral sympathie voelt voor dit nieuwe talent.


THE HOOBLERS

Hate, broken blue plans/forget home/maybe sorry/ run mercy run

Grapje van Alt Country NL. Het lijkt de songtekst van een of ander duister liedje, de werkelijkheid is anders. De woorden zijn niets anders dan de ultra-korte songtitels van de nieuwe, tweede cd van The Hooblers, getiteld I Hate Folk Singers (Blue Rose/Sonic Rendezvous). Jan Donkers schijnt dit plaatje regelmatig te draaien en daar heeft Jan groot geljik in. Bij de sober toongezette liedjes met de juiste melodie horen nachteljike uren. En The Hooblers doen meer. Ze laten momenten van rust vallen. Bijvoorbeeld bij een gitaarpartij op Plans, en dan (Sorry) doen ze denken aan Tom Petty in zijn early days. Bij The Hooblers uit Ottawa, Canada, draait het om zanger/gitarist Mike Grier, die een beetje een zalvende stem heeft en door monotoon te zingen en met niet al te veel hoogteverschil in de noten ontstaat een rustgevende sfeer, zeker wanneer in een zeer relaxed koortje wordt gezongen. Van de andere kant klinkt het donkere Mercy als een tune van 16 Horsepower, zeker door de vervormde stem van Grier en de overstuurde gitaar. Grappig is de cd-titel, I Hate Folk Singer, die Grier op openingstrack Hate uitwerkt.

I hate folksingers, dont you? They always try to tell you what to do... I hate cowboy poets..But still i look around and I wonder where they all go...

Lijkt me een grapje van Mike Grieg. Je zult het misschien niet meteen geloven - ga luisteren bij de betere platenboer of op de website van Blue Rose - maar The Hooblers hebben een uitstekende plaat gemaakt.


REX HOBART AND THE MISERY BOYS

Even een lesje in country. Je hebt artiesten die country koppelen aan allerhande invloeden, varierend van blues tot rock. Je hebt ook, met name, jonge bandjes die wat wilder zijn en via de punk teruggaan naar Hank Williams. En je hebt de garde die liever experimenteert waardoor de country alleen nog aan de horizon te ontwaren valt. Allemaal hebben ze hun functie. De een wil country verder brengen, de ander wil country gewoon levend houden. Zoals Rex Hobart bijvoorbeeld met zijn Misery Boys. Your Favourite Fool heet de nieuwe cd voor Bloodshot Records. Door de nivellering in Nashville wordt het genre ook wel hardcore country genoermd, al doet Hobart niet veel meer dan de geest van wijlen Hank volgen. Vandaar ook de vele tearjerkers en honkytonk-deuntjes. Hobart heeft de juiste songs, zijn band de juiste sound en samen zorgen ze ervoor dat de tien tracks erin gaan als koek. En ze blijven lekker hangen, zoals het duet met Kelly Hogan.Golden Ring heet de tune, ooit gzongen door Tammy Wynette en George Jones. Dat bedoel ik dus met de traditie in ere houden. Rex Hobart weet als geen ander hoe dat moet. Your Favourite Fool verschijnt op 24 september


BOBBY BARE JR

Bobby Bare Jr. is de zoon van de countryzanger met dezelfde naam (dat laatstse spreekt voor zich). Net zo makkelijk in een hokje te stoppen als zijn vader - country dus - is hij niet. Young Criminals' Starvation League (Bloodshot Records) is net zo'n gekke plaat als de titel doet vermoeden. Op het avontuurlijke popnummer Flat Chested Girl From Maynardville - op gekke titels heeft de zoon een patent - horen we ze samen. The Monk At The Disco is nog zo'n titel, en alweer gebracht in een niet-alledaagse poppy uiitvoering. En dan durft hij het ook nog aan om What Difference Does It Make van popkoningen van weleer The Smiths door de country-gehaktmolen te draaien. Zijn stem is niet hemels, maar wel apart en door de klaagtoon ook wel bijzonder. Het geeft zijn boodschap op het venijnig-cynische prijsnummer Dig Down extra kracht.

Chuck Berry, Chuck Berry you wrote teh only original song. Some white boys stole it, we all still sing along. Chuck Berry sing to us one more time, before Fred Bisquit freezes everybody's mind

Maar goed een appel valt niet ver van de boom. Een countrylied volgt; The Ending, aangevuld met 'zwarte' blazers voor het souleffect. En nog een: Stay In Texas - met pop. En Nog een, Painting Her Fingernails van Shel Silverstein, toevallig een van de favorieten van pa Bare. Apart-goed plaatje. Verkrijgbaar via Miles Of Music


PHIL CODY

Mad Dog Session (eigen beheer) is een heerlijk hebbedingetje voor fans van Phil Cody. Lang voordat Munich op het verstandige idee kwam om Big Slow Mover uit te brengen, was hij samen met een aantal bevriende muzikanten de studio ingedoken om drie dagen lang muziek op te nemen. Gewoon, plezier maken, zonder de druk van daar moet een plaat van komen. Cody had een tijdje daarvoor zijn eerste cd opgenomen, The Sons Of Intemperance, die maar niet wilde verschijnen. Hij had tijd over, net als geld en wilde zijn ego strelen en dus dook hij weer de studio in. Het resultaat, Mad Dog Sessions, is nu eindelijk uit. Het is een heerlijk onbevangen plaatje - een titel als Patchouli Oil zegt genoeg - met tal van juweeltjes. En wat een variatie. Hoor Cody als 'neefje' van Woodie Guthrie en andere folkartiesten van weleer op Orphan Train, Hopin', Tonight I Walked Out A Stranger, After Dinner Song. Hoor melodierijke, frisse roots: de Patchouli-song, Ghost Of Fear, Joes Neck Of The Woods, 1984 en Will Roses Grow Wild. Hoor het muzikale avontuur op I am A Thief (dixie, jawel). Hoor wat stekeltjes: Texas Roadkill Suite, I was A Stepping Stone, She Chases Rainbows. Hoor ballads: French Postcards, Spent It All. Hoor stevige rock met elektrische gitaren en/of hammond-orgel: Six Diamond Baquettes, Splendid Isolation, Jack Jollie and the Jamboree. En hoor de tamelijk onherkenbare cover Viva Las Vegas. Commercieel gezien pakt Cody het natuurlijk helemaal fout aan. Van de twintig tunes had hij met gemak een ingedikte wereldplaat kunnen maken. Had hij de sessie later nog altijd uit kunnen brengen. Maar goed, bij Cody draait het om de muze. En daar is Alt Country NL maar al te blij mee. Verkrijgbaar via Miles Of Music.


DAVID BAERWALD

Bij het maken van Here Comes The New Folk Underground (Lost Highway) liet singer-songwriter David Baerwald zich inspireren door onder ander Wilco, Gillian Welch, The O'Jays en Curtis Mayfield. Wie? David Baerwald? Wel, hij vormde de ene helft van het duo David & David dat in 1986 een grote hit had met Welcome to the Boomtown. Als dat je niks zegt; hij was een van de breinen, zo niet het brein, achter Tuesday Night Music Club, de knaller van Sheryl Crow. Baerwald maakt nu zijn debuut voor Lost Highway en doet dat op gevarieerde wijze. De bronnen die hij meenam in de studio zijn duidelijk hoorbaar. HCTNFU begint als een rootsalbum vervat in een rocksong, een luisterlied en een mountain-tune. Daarna komen dans- en soulinvloeden binnen waarna Baerwald alle registers open gooit voor een muzikaal avontuur a la Randy Newman (If (A boy whore in a man's jail). Om vervolgens op het Wilco-pad te belanden met Wondering en lekker ouderwets te gitaar-countryrocken (met gospelrandje) op Hellbound Train. En dan is het ook nog of net alles samenvalt op eindtune Me and my Girl. Wonderlijke plaat. Ps. de hidden track is een beauty


TROY CAMPBELL

THE DOMINO KINGS

Het Zomerparkfeest in Venlo (8 tot en met 11 augustus) biedt veel moois voor de liefhebbers van Americana en aanverwante muziekstijlen. Troy Campbell bijvoorbeeld, die met American Breakdown (Evangeline/Munich) een sfeervol-smaakvol album heeft gemaakt. Zijn melancholieke en soms desolaat klinkende stem - denk aan Jimmie Dale Gilmore - wordt op bijna alle nummers ondersteund door een klein, intiem spelend combo, met als middelpunt de gevarieerde doch nimmer opdringende gitaren van producer en multi-instrumentalist Gurf Morlix. Tien troostliedjes, met af en toe een wildere noot zoals het opbeurende Rosabelle met cajuninvloeden en rocker Home After Dark, maken van American Breakdown een van de betere Americana-platen van dit jaar. Laten we Troy Campbell vooral niet vergeten!

The Domino Kings spelen in de geest van countrylegende Hank Williams, alleen wilder met elektrische Bonanzagitaren. Er was even wat onrust binnen de countryband na het vertrek van bassist/songschrijver Brian Capps. Maar zie daar, enkele wisselingen verder staan The Domino Kings weer goed op de rails, zo bewijzen ze met The Back Of Your Mind (Slewfoot/CRS). Bakerfield klinkt door op grote delen van hun derde cd, en daar voegen ze rocknoten aan toe, zoals de titeltrack helemaal aan het begin. Niet voor niets spelen ze Wine Me Up, een hit van Faron Young uit 1969. The Domino Kings willen country levend houden en dat zal Venlo binnenkort weten. P.s. Recensies van beide cd's hebben eerder gestaan op deze site, maar zijn door een onbegrijpelijk euvel verdwenen.



ERIC HISAW

Eric Hisaw debuteerde verdienstelijk in 2000 met Thing About Trains. Stoere counry met folk- en rockinvloeden uit de school van Steve Earle; zo'n plaatje was het. Twee jaar later is Hisaw fulltime muzikant in Austin, die behalve solo ook speelt in enkele bandjes om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Never Could Walk The Line, op het Zweedse label Dusty Records, is een gedegen vervolg dan hij heeft gemaakt met lieden als Ron Flynt, Lisa Mednick en Jud Newcomb. Zijn liedjes hebben voldoende drama en voldoende twang en in die zin boeien ze ook. Hisaw is een sociaal bewogen storyteller, hoor de titeltrack en Garage Sale - zoals Woody Guthrie dat was en Bruce Springsteen. En daar maakt hij kruidige rootsrock bij- of doet gevoeliger bij een tearjerker vol heimwee als Danced With The Prettiest Girl. Alleen is hij helaas nog steeds niet de beste zanger, een euvel dat ook op zijn debuut hoorbaar was. Wellicht dat een scheut whiskey hem helpt. Wat ik wil zeggen: het beste van de jonge Eric Hisaw moet nog komen. We blijven hem volgen.


KELLY KESSLER

Kelly Kessler and the Wichita Shut-Ins, featuring Lawrence Peters heet het aanloopje naar de debuut-cd van Kelly Kessler. Goed, het schijfje met de lange naam is een mini-cd of cd-single met vier tracks uit de Appalachen-school van Gillian Welch. Peters en Kessler zorgen voor een puur geluid, vaak ik duet-vorm wat de akoestische, gevoelige liedjes extra charme geeft. Prijsnummer: Point Of No Return. The Salt Of Your Skin (Melungeon Records) is het echte debuut. Typisch een plaatje dat je zou verwachten op Bloodshot. Kessler bivakkeert tegenwoordig in Chicago en maakt het soort weird-pure country - ik bedoel te zeggen, ver weg van Nashville - dat je op het befaamde label vaker tegenkomt. Maar goed, ze doet het dus op haar eigen platenstalletje en daarbij wensen we haar en haar band alle succes. Ook hier weer fraai toongezette duetten, zoals je dat tegenwoordig nog maar zelden hoort. Kessler krijgt daarbij steun van een aantal notabelen: Robbie Fulks, Jane Baxter Miller, Gerald Dowd, Lawrence Peters en Lonesome Bob. Niet de minste dus, en samen maken ze er dus een smaakvolle plaat van. De akoestische aanpak op de mountain tunes Eastlake, Can't Go Home en imposante kampvuurlied Back He Flew doen denken aan Steve Earle ten tijde van Train A Comin' en het werk van de eerder genoemde Gillian Welch. Ook kan Kessler pittig uit de hoek komen. In de teksten sowieso, maar ook muzikaal. Zo horen we plotseling brutale gitaren op de track die geen nadere toelichting behoeft: Your Darling Ain't Done Shit Today. Meet Me Tonight At The Landmill is een poppy-country duet met Lawrence Peters again. Pittig is de razendsnelle tune met bluegrass-spelplezier This Is Gonna Hurt You More (Than t Hurts Me) waarop ze zonder pardon een rekening vereffent met haar ex. En dan is het tijd om af te sluiten, met een duet dus. Dit keer samen met Robbie Fulks, een bluegrass gospellied. Een passend eind op een ijzersterke rootsplaat. Verkrijgbaar via Miles Of Music.


AMERICAN MARS

Je kunt country makkelijk mengen met andere muziek. Punk bijvoorbeeld is veelbeproefd, dance niet zo. Rock wel, of een combinatie met een beetje doem, vingerdopje dance en kannetje pop, zoals American Mars doet, een alt countryband die door de stem van Thomas Trimble doet denken aan Bono van U2. Een stem die heerlijk past bij het poppy cowboygeluid, met de jankende pedal steel van mede-bandlid David Feeny, die heel nadrukkelijk aanwezig is. No City Fun is de opvolger van het mij onbekende debuut Late uit 1997, om aan te geven dat dit duo uit Detroit (aangevuld met gastmuzikanten) al een tijdje mee gaat. De melodieen zijn sterk genoeg om de voornamelijk slow- en midtempo liedjes te dragen, waarbij de overtuigende stem van poet Trimble voor extra spanning zorgt. Af en toe rimpelt de kabbelde geluidszee met stekeltje Cold War bijvoorbeeld en de wat heftige popsongs met radiopotentie If Monday Were Mine en Loneliness is Murder. De variatie maakt van No City Fun een alt countryplaatje dat ertoe doet.


ROMAN EVENING

Voor liefhebers van dromerige popmuziek met arty-touch van bands als Mercury Rev, Flaming Lips en My Morning Jacket lijkt Roman Evening een aardige aanvulling. Of moeten we er ook nog Nick Cave aan toevoegen, vanwege het donkere geluid op Together Now (Bitter Stag Records), zoals de debuut-cd heet. Roman Evening zijn Adam Klein (zang) en Michael Mullen (toetsen), aangevuld door een legertje gastmuzikanten onder wie Glen Swarts (Burch Bacharach/trompet) en Bruce Kaplan (American Music Club/pedal steel). Die Klein heeft een stemgeluid zoals je dat heden ten dage vaker hoort. Luister maar naar Mercury Rev, Flaming Lips of My Morning Jacket en de hoge, niet trefzekere zang valt meteen op. Zo ook bij Roman Evening, wat Together Now een extra emotionele touch geeft. Een enkele keer klinkt Roman Evening zowaar catchy, het refrein van de openingstrack Let's Take t Back bijvoorbeeld, maar breekbaar is de term die voor vrijwel het hele album geldt. Er kan best een gitaar gieren, zoals op Retreat, maar die is dan wel naar de achtergrond gemixed of er kan best een hardere passage zijn, zoals op Whatever Called You, maar je kunt ervan verzekerd zijn dat de rust terugkeert. Met dromerige flarden gitaren en toetsen in combinatie met enkele dancebeats en weirde uitstapjes, mooi passend bij de sfeervolle poetische beelden die Klein oproept. Geschikt voor een ieder die de Revs, de Lips en de Jackets te gewoontjes vindt. Verkrijgbaar via Miles Of Music.


J-200

Je band vernoemen naar een gitaar, dat heeft J-200 gedaan. Het is trouwens niet zomaar een gitaar, maar het type dat Elvis vasthield, en Townes van Zandt. Bijzonder dus. Bijzonder is ook J-200, een alt countryformatie uit Chicago, die in Austin haar tweede cd opnam, getiteld Trip from Grace. Centraal middelpunt is zangeres Renee A. Girion die enkele liedjes samen pende met spil-songschrijver Jacque Judy (gitaar). Girion krijgt wat zang betreft trouwens hulp van Suzanne Eckland, wat op tijd zorgt voor een fraai dameskoortje. Vanaf de aftrap - opmerkelijk: een cover van Good Cry van Tim Carroll - klinkt J-200 catchy. Wat dat betreft zijn Big Guitars, Seven Days en Broke sprankelende highlights. Op laatstgenoemd nummer tegen het eind horen we voor de zoveelste keer scherpe gitaren, die keer verwat in een wervelende notenorgie. Halverwege ruimt de band een aantal luistermomenten in (She Said, If I Slip, Not Just Now), om vervolgens los te branden met het eerder genoemde Broke. Je zou het niet meteen afleiden van de songtitels, maar de teksten zijn niet opbeurend, eerder somber met veel liefdesverdriet en vervlogen dromen. Wat dat betreft schrijft Judy passende tekesten voor bij de mooie, emotierijke stem van Girion. Luister wat dat betreft maar eens naar slotakkoord Slowly. Denk aan: remember je ex? Brrrrr. Verkrijgbaar via Miles Of Music.


RURAL PICTURES

Steven Rossan maakte ooit deel uit van de formatie Sourpatch, die de naam later zou veranderen in Nadine, een in Europa bekende alt countryband. Rossan formeerde drie jaar geleden een nieuwe band, Rural Pictures, waarvan nu de debuut-cd uit is: Sweethearts from Everywhere (Gitbox). De zanger/gitarist uit Seattle blijft trouw aan alt country, alleen klinkt zijn werk melodieuzer en met wat meer twang, zodat bij beluistering van liedjes als Rodeo Star en hoogtepunt Penitentiary vanzelf gedachten uit gaan naar de school van Uncle Tupelo. Bovendien heeft de muziek van deze nieuwe band een portie Engelse pop in zich, met opener Wait Shift als voorbeeld. Want hier hoort Alt Country NL duidelijk de echo van Gene, een onderschatte Engelse rockband. Nieuw klinkt Rural Pictures overigens niet, wel goed met gevoel voor traditie en professioneel met de rasmuzikanten Michael Collins (drums), Darryl Miler (bas) en Dave Barbee (gitaar). Laatstgenoemde krijgt veel speelruimte die hij gebruikt voor heftige soli en samen zorgen ze voor sterke koortjes bij de afwisselende liedjes van Rossan, die zich ook voldoende van zijn gevoelige kant laat zien (het avontuurlijke Lil' Spinner, The Beauty In You en de afsluitende titeltrack). Verkrijgbaar via Miles Of Music



All Rights: Hanx