THE WAYBACKS



The Waybacks is de toepasselijke bandnaam van een stel rootsartiesten uit San Francisco Bay Area, die oeroude bluegrass en western swing nieuw leven inblazen. Burger After Church (Fiddling Cricket Music) luidt de titel van hun imiddels alweer derde cd, die liefhebbers van stralend snarenwerk beslist zal boeien. De liedjes, een combinatie van covers en eigen werk, zitten vol vuur. Met afwisselend de instrumenten (gitaar, viool, mandoline) in de hoofdrol en niet zelden met fraaie samenzang, met het 6.59 minuten durence Gulshion Island, Prairie Doggin en Bright Place als flitsende hoogtepunten. Maar ook met het tempo laag weten de vijf rasmuzikanten (James Nash - gitaar/mandoline, Wayne Jacques - Viool, mandoline, Steve Coyle - gitaren, Joe Kyle Jr. - bas en Chuck Hamilton - drums, percussie) te boeien, laten ze horen op de langgerekte instrumental Last Date (8.43 minuten). Trouwens, The Waybacks hebben vaker geen teksten nodig bij hun muzikale drift. Burger After Church telt liefst zeven instrumentals die er allemaal toe doen. En aan afwisseling geen gebrek, want behalve bluegrass en swing horen we op Police Dog Blues en de luchtige instrumental Saltflat Rhapsody ook nog eens heerlijk rootsy gespeelde blues- en Django Reinhardt-tonen. Die maken dit rijke muzikale avontuur helemaal compleet.
MICHAEL CARPENTER & KING'S RD



Zo - wat knalt die Michael Carpenter goed los op zijn nieuwe cd met zijn powerpopband Kings Rd. Kingsrdwork (Laughing Outlaw Records) luidt de titel van het schijfje en Nothing In The World heet het liedje waarop we nadrukkelijk twee invloeden horen van Carpenter: The Beatles en The Beach Boys. Deze Australische singer-songwriter heeft wel een hele grote voorliefde voor popmuziek. Zo laat hij zelfs het folkgetinte Kings Rd - zou ik wel eens willen horen in een uitvoering van Steve Earle - wild rocken, om even later gas terug te nemen op het melodierijke The One For Me, met zowel Byrds- en countryrockgitaren. En om nog eens met The Beach Boys te spreken - het koortje op radiosong Here It Comes is truely op zijn Wilsons. Waarna op Summertime The Byrds opnieuw voor de dag komen en de band op Home Again ruimte geeft voor een spetterende rocksolo. De tweede helft heeft iets minder snelheid, maar de melodie wordt ook hier nergens uit het oog verloren, en telt nog zeker drie prijsnummers: de rootsgetinte liedjes No Way Out en Holiday en powerpoptune You're So Alone, al hebben die niet de verrassing van het begin van de plaat. Kingsrdwork verschijnt op 24 februari. Bertus verzorgt in Nederland de distributie van Laughing Outlaw Record.
KARL BROADIE



Singer-songwriter Karl Broadie zingt zijn licht poetische dromen, stories en verlangens alof hij net wakker is geworden. Je weet wel, dan zit er een ruw randje op de stembanden. Het maakt zijn liedjes dromerig, zoals Jeff Tweedy dat ook heeft. Braodie is een Schot in Sydney. Zoon van kunstzinnige ouders. Pa afgestuurd kunstschilder aan Oxford, mam danslerares. Daar heeft hij het van, kun je zeggen. Intrigerend persoon. Begon als engineer en werkte niet met de minst bekende artiesten: Bananarama, Big Audio Dynamite en The Fine Young Cannibals. Op The Raw and The Crooked van FYC schijnt hij zelfs op de hoes te staan als 'executive engineer'. En nu dus helemaal op eigen benen, en dat kan hij goed. Nowhere Now Here (Laughing Outlaw Records/Bertus) bevat dertien kruidige rootsliedjes, telkens melodierijk en mooi en treffend-afwisselend ingekleurd. Je hoort country, je hoort folk, je hoort blues en je hoort pop, niet zelden aaneengeklonken met fraaie arrangementen waarmee viool, gitaar en banjo speels de traditionele akkoordenschema's extra cachet geven. Karl Broadie laat 2003 buitengewoon aangenaam beginnen.
THE WRENFIELDS

In thuishaven Detroit maken The Wrenfields behoorlijk indruk. Althans op de lokale pers. Het zijn de schatjes van de The Detroit Metro Times en recentelijk waren ze nog winnaar van de Detroit Music Awards. Seconds is de tweede cd van dit countryrock-zestal, dat beslist wat in zijn mars heeft, maar dat tegelijk weer om zeep helpen. Het zijn liedjes met een kop en een staart en met behoorlijk veel muzikaal avontuur, dat wel. Alleen de stem van John Pyro is dun, en beslist niet plaatdragend, om het zo eens te zeggen. En dan blijkt er een stijlbreuk in de band zelf te zitten. De liedjes van Noureen Novrocki - zij heeft een behoorlijk ontwikkelde stem met popkant - springen er qua melodierijkdom bovenuit en zijn qua tekst goed te pruimen. Daat staan de liederen tegenover van Pyro, die cliches niet mijdt en die zich een 'patrot' toont op het onbehoorlijk kleffe Patriot's Day, waarop George W. Bush beslist trots zal zijn. Dat kutliedje - naar aanleiding van 11-9 - deed voor mij de deur dicht. Het gebeurt pas halverwege, maar verder kom ik daarna niet meer. Voor mij is het helemaal over met The Wrenfields.
STAN MARTIN


Stan Martin groeide op met Merle Haggard, Buck Owens en de Stanley Brothers. Dat is te horen, want op de keper beschouwd zijn de liedjes van deze singer-songwriter zo country als wat. Toch klinken ze behoorlijk eigentijds, en dat komt doordat er pop- en rockinvloeden verwerkt zijn in zijn honkytonk-tunes en ballads. En daar is Martin grotendeels zelf verantwoordelijk voor, want hij speelt meer dan verdienstelijk sologitaar in zijn eigen band. En als de gitaar knalt is hij op zijn best, zo bewijst hij op (Walking On) The Wilde Side Of Life en I'm Leaving Town. Van de andere kant: Martin klinkt af en toe een tikkeltje zoet en voorspelbaar en zijn zijn teksten soms erg clichematig (Not On Me). Kortom, hier en daar wat meer twang en een scheutje minder voorspelbare teksten hadden voor mij best gemogen. Maar daar zullen bijvoorbeeld liefhebbers van The Mavericks wellicht anders over denken. Die komen met de goed verzorgde en uitgevoerde liedjes van Martin beslist aan hun trekken.
SOULGRASS


Niet dat ik er meteen verrukt van ben, maar Soulgrass verstaat wel de kunst iets te doen met bluegrass. Ik bedoel, het vijfkoppige snarengezelschap speelt weliswaar in de traditie van Bill Monroe, maar koppelt daar een vleugje commercie aan toe, in de vorm van pop en soul. Dat is het best herkenbaar op enkele oude klassiekers die tevoorschijn worden getoverd. Zo zijn daar Downtown van Petule Clark, Help van The Beatles, (een gepeperde versie van) Gimme Some Lovin van Steve Winwood en I Want You Back van The Jackson 5. En dan is er nog Love Please Come Home, een oude traditional, ooit gecoverd door....Bill Monroe. Zo vloeien oud en nieuwer samen. Spil van Soulgrass is Debbie Heavers, de zangeres/bassiste die het merendeel van de liedjes pende. En het moet gezegd, het eigen werk valt niet uit de toon bij de hier eerder genoemde klassiekers. Weliswaar niet het niveau van Alison Krauss, maar voor in de dancehall beslist niet gek.
TWO COW GARAGE


Verrekt goede naam, Two Cow Garage, zeker voor een alt country band. Weet je meteen dat het er wat wilder dan normaal aan toe gaat. Om preciezer te zijn voor de liefhebber die niet weet waar het hier om gaat: het geluid ligt ergens tussen Slobberbone, Drive By Truckers en The Gourds. Bon. Ruwe countrygangers onder ons zegt dat geoeg. Vooral als het tempo overeind blijft boeit Two Cow Garage. Dit compliment zegt tevens iets over de minder sterke kant van deze alt countryrockers. Please Turn The Gas Back On is geen foutloos schijfje, daarvoor is de productie net iets te tam en weinig gedurfd, zeker op de slome tussendoortjes. En dat is verrekte jammer. Met iets meer poen had dit schijfje geklonken als een vet DBT-werkje. Nu moet ik helaas concluderen dat de balans tussen roots en rock onvoldoende uit de luidsprekers knalt. Staat tegenover: amuseren met dit stel uit Ohio doe je je beslist, bij vlagen welteverstaan. Verkrijgbaar via Miles Of Music.
RICHARD FERREIRA



Hoe klinkt het als witman soul zingt? Wel?.. Goed, als Eddie Hinton, Van Morrison en Elvis Costello, zoals je wilt. En als...Richard Ferreira. Op diens solo-cd Somewhereville (eigen beheer) komt hij met negen gloedeigen rootsliedjes - een paar schreef hij er met onder andere Greg Trooper en Gwil Owen - op de proppen, waarop de luisteraar naast rootsmuziek de zwarte gloriejaren van de soul zal ontdekken. Op One Step Closer laat romanticus Ferreira een onvervalste falsetstem horen en even later ontluiken op Invisible Man swingende, sexy blazers. De titeltrack daarentegen is een typische in country en folk gedrenkte singer-songwritertune. Poe.. - en dan volgt Moon Over Memphis waarop ik toch echt meen dat The Band heropgericht is in 2003. De tweede helft, en dan doel op liedje 6 tot en met 9 is rootsmuziek, ofwel fraaie Americana, zoals daar zijn de aanstekelijke lovesongs I Give Myself Away (met hang naar soul) en House Of Rain, de overtuigende storytelling van Guilford Mill en de vette swamprock van Memphis Money. Meer diversiteit kun je op een cd welhaast niet aanbieden. Kortom, sterk debuut van deze Richard Ferreira! Verkrijgbaar via Miles Of Music.
SPEEDTRUCKER


Speedtrucker uit Dallas kwam tot mij via de guys van Slick 57, je weet wel het drifte countrypunkrockcombo dat menig rootsrockers hart in vervoering bracht afgelopen jaar. Ze noemen zichzelf de 'bastard sons of Johnny Cash, Waylon Jennings en Merle Haggard', om aan te geven dat hun ziel country is, maar dat die country door de tijdsgeest wat heftiger klinkt dan pakweg dertig jaar geleden. Wat heet, meestal speelt dit met cowboyhoeden getooide vijftal qua snelheid in de overdrive, zodat de Bonanza-gitaren vanzelf rockerig klinken. Dat betekent dus een ruig geluid op Another Roadhouse And Fifty Bucks waarbij teksten over truckers, drank en vrouwen goed passen. Niks nieuws, wel amusant en live beslist een smaakmaker van de eerste orde. Wat me brengt bij de kritiek op dit sympathieke Texaanse stel; de productie had nog ruiger gemoeten en de vocals overtuigender voor een optimaal effect. Maar wellicht weten ze dat zelf ook al voor de volgende keer. Blijft overeind: voor deze bastards hoeven Cash, Jennings en Haggard zich niet te schamen!
FIRECRACKER



Goh, zonde nou dat het zo'n korte plaat is. Certain Things Last van Firecracker uit San Francisco telt zes liedjes in de categorie rootsrock met een sterk popgevoel en die meteen in je hoofd blijven hangen. Denk aan The Wallflowers en Buckeye, met de folkviool van de oude John Mellencamp. Zoiets. O ja, wat het popgevoel betreft hoor ik een band als Gene. Scout schrijft de liedjes met Russell Tillitt (piano). Verder bestaat Firecracker uit rasmuzikanten Russ Kiel (gitaar, zang), Gardner May (bas) en Peter Craft (drums). En hoewel Ben Roberts (viool) officieel geen deel uitmaakt van de band, is hij met zijn zwierige partijen wel een van de smaakmakers op deze mini-cd. Ze trappen af met twee heerlijke rootsrockliedjes (Box Of Hearts, When You Were Around) met voldoende tempo en kracht. Church Key vervolgens ontpopt zich door zijn gedrevenheid en snelheid als een waar feestnummer, ook al is het een liedje over onrust. Het gevoelige Losertown is een rustmoment, waar pop, folk en roots met elkaar verbonden worden. Cast Aside sluit weer aan op het begin van de plaat, waarna treffend wordt afgesloten met het aanzwellende Gather At The River, een typische finalesong. Alleen komt die finale een minuut of twintig te vroeg. Band met veel potentie, Firecracker. Verkrijgbaar via Miles Of Music
THE ASHTRAY HEARTS



Uit Minneapolis komen The Ashtray Hearts, een sextet rond singer-songwriter Dan Richmond. Old Numbers (Free Election Records/Sonic Rendezvous) heet hun cd, en die bevat twaalf gevoelige liedjes, gemakshalve gerangschikt onder de noemer alt country. Verwacht geen muzikale oprispingen in de vorm van scheurende gitaren of ander Slobberbone-spektakel, nee, in plaats daarvan krijgt de luisteraar fraai ijn elkaar gestoken midtempo luisterliedjes voorgeschoteld, waarbij je lekker kunt wegdromen. Richmond zingt ze overtuigend-gevoelig en zijn prima band kleurt fraai, rijk en gevarieerd in, met gitaren, schuifeldrums, banjo, orgel accordeon en blazers. Poeh, moeilijk om dit muziekwerk verder te verklaren. Denk aan Will Oldham en Counting Crows en dan daar ergens tussenin. Eigenzinnige plaat, goed gemaakt. O ja, de innersleeve bevat een kort verhaal. Dat ga ik zo meteen maar eens onder de kerstboom lezen. Vrouw, schudt eens een borrel in...
KENNY ROBY



Kenny Roby kennen we nog als stuwende kracht achter Six String Drag. Steve Earle ontdekte het rootscombo, toen hij eigenlijk ging kijken naar Ryan Adams. Vond Six String Drag een stuk beter, met als gevolg een dijk van een plaat voor diens E Squared Label. Maar goed - zoals dat gaat bij eenieder die bij Earle aanhaakt, de band viel uiteen. Dus is leadzanger Kenny Roby sinds enige tijd solo. Rather Not Know luidt de titel van zijn nieuwe, tweede, cd, een knisperende plaat wederom, die zich ergens beweegt tussen Frog Holler en Steve Earle. En dat betekent puike rootsmuziek, met een lekker ruw randje, ofwel twang die het beste van country, folk en mountain muziek in zich heeft. Van de andere kant, wie zijn vrogere band kent zal weinig verrassingen horen. Dat laatste is misschien een beetje cru gesteld, want de introverte slottune Highway Cross - over het verlies van enkele dierbaren - is zonder meer indrukwekkend...Verkrijgbaar via Miles Of music
KIP BOARDMAN



Kip Boardman heeft de stoute schoenen aangetrokken. Dat wil zeggen; de bassist/pianist uit Los Angeles heeft een cd gemaakt, met eigen liedjes. Samen met een stel vrienden, zoals daar zijn Don Heffington (Lone Justice/Lucinda Williams/Bob Dylan), Tony Gilkyson (Lone Justice/ X /Mike Stinson Band) en Danny McGough (Shivaree/Tom Waits). Met Mike Stinson zelf en Amy Correia als backing vocals en Randy Weeks (eventjes) op gitaar op Already Late. Het resultaat, Upon The Stars, zijn negen gevarieerde rootsliedjes waarop blues, country, folk en rock op relaxte wijze versmelten, met af en toe een lichte funky noot. De akkoordpatronen klinken vertrouwd, alleen vult Boardman de liedjes telkens verrassend in, waardoor het geheel lekker fris klinkt. Zeker na een paar luisterbeurten beklijven een sobere ballad als Upon The Stars en Words Will Come, de swampy countryrock van Bottom Line en de sparkling lovesong Already Late. O ja, let ook even op het Band-slot, A Song For Agnes, een weirde instrumental met zingende zaag. Boardman durft af te wijken van betreden paden en heeft daarom de sympathie van Alt Country NL. Verkrijgbaar via Miles Of Music
D.B. HARRIS



De vergelijkingen dringen zich op met de artiesten, die op de bijgeleverde bijsluiter genoemd worden: Chris Isaak, Roy Orbison, Dwight Yoakam en Raoul Malo (The Mavericks). Maar hey, er zijn ergere scheldwoorden denkbaar niet, waarmee ik maar wil zeggen dat ik heel best uit de voeten kan met de muziek van D.B. Harris uit Austin, die in zijn vrije tijd een bandje heeft met Jim Lauderdale. Can I Return These Flowers heet zijn debuut-cd waarop we hem rockabilly (Hollywood in Texas) horen versmelten met country (de titeltrack) of hij kruipt daar ergens tussen (She's Cool To Me), met een enkele schuifel (Love Me) en uitstapje naar tex-mex (Too Much For Me). En dat alles doet Harris samen met lokale muziekhelden als Eddie Perez (gitaar), Ricky Davis (pedal steel), Eamon McLoughlin (viool), Bradley Jaye Williams (accordeon), Scott Matthews (drums) en Lisa Pankratz (drums op 2 tracks). Wel vind ik dat zijn stem best af en toe best krachtiger en overtuigender kan. Maar hey, we hebben het hier over een debuut; het groeiproces is nog niet voorbij. Daarom, in de gaten houden deze D.B. Harris.
BRIAN WEBB



Wat een heerlijke plaat is dat, Broken Folk van Brian Webb uit Boston. Een nieuwkomer kunnen we hem niet noemen, aangezien dit zijn inmiddels vierde plaat is. Zijn naam was dan ook al in kleine kring bekend, maar het wordt tijd dat het legertje Americana-liefhebbers hem gaat ontdekken. Deze romantische folk-country poet strooit met melodieen alsof het niks is en komt telkens met verrassende arrangementen op de proppen, zoals je meteen vanaf de start (het speelse Shame en She Was Honest met poptouch) zult ervaren. Soms kleedt Webb een liedje dik aan, soms kiest hij voor soberheid. Zoals op de prachtballad Leaving Atlanta, een duet met Rachel McCartney (met de banjo van McCartney als smaakvolle afmaker). Het Band-achtige Long Way To Go vervolgens klinkt veel voller, inclusief Procul Harum-orgel. Daarna is er de fraaie wisselwerking tussen mandoline, staande plukbas en ontroerende viool op Walk Alone, waarna we mogen genieten van een ruige rocker, Oh Lord, compleet met slide-gitaar. Met een love-epos Talk To You en het persoonlijke Not A Confession sluit Webb Broken Folk indrukwekkend-sober af. Aan te raden voor de fans van Slaid Cleaves en Rod Picott.
JIMMIE RODGERS




LIGHTNIN' HOPKINS



In Texas versmolten ze , de zwarte Lightnin' Hopkins met zijn country-blues en de blanke Jimmie Rodgers met zijn blanke jodel-country. JSP/Central Distribution heeft van beide artiesten een box uitgebracht met 5 cd's. Weliswaar niet in een oogstrelende verpakking met glossy boekwerk, maar daar staat wel een aantrekkelijke prijs - 32,95 euro ieder - tegenover. De box van Rodgers (1897-1933) is het meest compleet, cru gezegt, omdat hij zo vroeg stierf. Bij disc 5 aangekomen voel je gewoon dat hij nog heel wat van plan was. De kale cowboygitaar kreeg een steeds royalere aankleding, met zelfs strijkers. Hoewel Rodgers werkte met bluesartiesten, veel liedjes van hem zijn bluesy, trof hij nimmer op zijn pad Lightnin' Hopkins (1912-1951) op zijn pad. Die was pas twintig toen de countryzanger overleed. Diens box beslaat het tijdvak 1946-1951, voordat hij professioneel ging opnemen. Maar toen al had Hopkins zijn klassiekers klaar: Baby Please Don't Go en T Model Blues. Daar staan krakers als T For Texas en In The Jailhouse van van Rodgers tegenover. Beiden zijn van grote invloed geweest op een belangwekkende generatie singer-songwriters uit Texas. Steve Earle werke een tijdje terug nog mee aan een tribute-cd voor Rodgers, en collega Guy Clark kan nooit genoeg benadrukken hoe grot de invloed van Hopkins op hem is geweest. En Earle, die liet zich ook inspireren door de iets oudere Clark. Americana had nooit zo geklonken zonder Jimmie Rodgers en Lightnin' Hopkins.
DICK SMITH



Je zou denken; Dick Smith, de zoveelste singer-songwriter dit jaar. Ha! Nee hoor, we hebben het hier over een trio uit de omgeving van Chicago dat bluegrass speelt, gecombineerd met rootsachtige volksmuziek. Smoke Damage (Clayhead Records) is de titel van hun tweede cd. Dat laatste klinkt alsof ik hun debuut ook ken, maar dat is niet het geval. Het floepte er gewoon zo uit. Bob Kuhn speelt gitaar en mandoline en zingt, Dave Nelson zingt ook, strijkt over de dobro en blaast in de harmonica en Dave Ramont banjoot en zingt enthousiast mee. De drie luitjes, aangevuld met een rijtje gastmuzikanten, vinden het leuk wat ze doen en dat hoor je. Whiskey Bottle, Pissin' Rain, Shitbox, One Day They'll Shoot Me Down en Paul Kissed The Girl zijn enkele titels die duidelijk maken wat dit muzikale trio bezielt. Levensechte verhalen, die overtuigend worden gebracht. Niet dat hier snarengekletter domineert zoals je bij bluegrass zo vaak hoort, maar met hun tamelijk kale geluid - de Appalachen zijn niet ver weg - creeren ze een ruig rootssfeertje dat zeer genietbaar overkomt. Maar wie is die helse Dick Smith nou?
BIG SILVER



Het debuut van Big Silver kon me zeer bekoren. Stoere countryrock uit Arkansas; pakkende liedjes waarin gevoel voor melodie en de drang om te knallen hand in hand gingen. Op vervolg Love Note pakt Big Silver het iets anders aan. Echt knallen doen de countryrockers niet altijd meer. In plaats daarvan wordt veel meer gezocht naar verbreding, een koerswijziging die goed uitpakt. Je voelt dat het vele spelen de band alleen solider heeft gemaakt. Bovendien durft het vijftal veel meer avontuur te stoppen in hun liedjes, hetgeen tegelijk iets zegt over het getoonde muzikale vakmanschap. Opener Moment heeft popinvloeden met een krachtig slot. Loved To Hate is ouderwets rockerig, terwijl vervolgens country overheerst op The Slowdance, een liedje met Mavericks-allure. Op Love Note gaan rock en country hand in hand, waarna met Anything de eerste countryballad passeert. Lightning knalt ouderwets waarna het tijd is voor een Bottle Rockets-achtige rootsrocktune (Boomerang). The Girl Who Loves (The Boy Who Lies) is een popavontuur op zich met een pracht van een zwijmellied met onweerstaanbaar refrein en charmant orgeltje (Allright To Cry) als vervolg. Oef, moeten de vijf gedacht hebben, tijd voor ouderwetse rock en die komt dan ook met Movie Stars And Musicians. Vervolgens komen 'the Mavericks' nog eens om de hoek kijken op 8 Baker Drive. Nee, hun afkomst verloochenen ze niet, luister maar eens naar southernrocktrack Rock and Roll Dreams helemaal aan het eind. Big Silver luidt het jaar uit met een knaller!
HIGH OR HELLWATER




Vergeten rootsrockband van 2002, High Or Hellwater, from California. Het kwam zo: Matt Reasor (songschrijver/gitarist) ontmoet zanger Dan Coakley via een gezamenlijke vriend, Shooter Jennings (zoon van wijlen Waylon Jennings). De twee trekken naar Nashville om met een aantal muzikanten negen liedjes op te nemen, die op de titelloze debuutplaat staan van eerder dit jaar. Allereerst even de muzikanten die meewerkten: Dain Baird, Mike McAdam (Steve Earle, Mary Chapin Carpenter, Radney Foster), Dean Tomasek (Bare Jr.) en Keith Brogden (Bare Jr.). Geen flauwekul dus hier. Gedreven countryrock-liedjes met kruidige gitaren, een pakkende ritmesectie met voldoende drift en stoer-gevoelige teksten. Zoals:
I don't have the mind to take a trip tonight. I don't have the money for cocaine. The only thing tonight that will keep me satisfied is my sweet brown hash. And my sweet brown woman by my side (Sweet Brown Hash)
Reasor schrijft lenig over hash, zijn (ex)-liefjes en als er niks is om over te schrijven dan schrijft hij daar over. Life At 24 gaat over de worsteling om een liedje te pennen op jonge leeftijd, als het leven eigenlijk nog moet beginnen. Het is een van de prijsnummers op deze plaat. High Or Hellwater heeft nog een kwaliteit en dat is dat de band erin slaag om behalve het ruigere werk (hoor de rock op The Seeds en This Time) ook te overtuigen met midtempo liedjes, iets waar beginnende groepen vaak moeite mee hebben. God's Got A Way is zo'n gevoelig liedje, dat bij mij meteen de gloriejaren van Thelonious Monster in herinnering riep. Goed, inmiddels staat High Or Hellwater op de kaart in Californie. Er zijn nieuwe studiosessies geweest met onder andere Doug Pettibone (Lucinda Williams, Kevin Montgomery), Lucas Cheadle (Mike Stinson, Randy Weeks) en Chris Lawrence (Mike Ness). Kortom, de nieuwe cd van High Or Hellwater komt eraan. Kun je niet wachten, haal dan alvast dit debuut in huis. Verkrijgbaar via Miles Of Music.
THE BROKEN FAMILY BAND



John Peel heeft er opnieuw een countrylieveling bij. Na Laura Cantrell is het nu de beurt aan The Broken Family Band, zeg maar de Belle and Bestian van countrymuziek. Charmant, vrolijk, met een melancholieke ondertoon, dat zijn de woorden die opborrelen bij het afspelen van The King Will Build A Disco, een minialbum met zeven liedjes waarop pop en countrty/roots samensmelten. Waar het vandaan komt?, vraag je je af. Typisch Engels, maar toch ook Hank Williams. Dus? Cambridge, beste lezers, dat is de thuishaven van die viertal rond Steven Adams. Hij heeft wat je noemt een zeikstemmetje dat wonderwel past bij de tragi-komische verhaaltjes die hij zingt, soms meerstemming en soms in duetvorm. Prijsnummer is When We're Dry, een moderne varian op Parsons-Harris. Een charmant plaatje, waarmee deze Broken Family Band wel eens brug kan weten te slaan tussen country en de jeugd.
THE CORB LUND BAND



Op de valreep van 2002 nog een album dat ertoe doet. Wie van de ruwe roots van Steve Earle houdt met daarbij een sterk cowboygevoel moet beslist eens luisteren naar Five Dollar Bill van The Corb Lund Band. Spil van de band is, de naam zegt het al, is Corb Lund, een voormalige rodeorijder met de look van een filmster, die zijn geld tegenwoordig zet op een carriere als singer-songwriter. En dat gaat hem goed af, getuige de prachtrecensies die hij mag ontvangen voor zijn derde cd. Zelf zegt hij over de switch: "The money's just as bad, but it's safer". Enkele bijzonderheden. Harry Stinson (Steve Earle, Lyle Lovett, Earl Scruggs) zat achter de knoppen en op drums horen we Ryan Vikedal van metalband Nickelback! De voornamelijk akoestische gespeelde liedjes van Corb zijn country vervlochten met bluesy roots, melodierijk en muzikaal, met geoliede teksten over het leven op het platteland. En dan weten dat de whiskey stroomt, de tractoren over het land rollen, de prairtie lonkt en de oude tijden van de sheriff herrijzen. Dat alles maakt dat je met een glimlach luistert naar deze snelle, gevarieerde cd, die mede dankzij de vele muzikale verrassingen dik uitstijgt boven de middelmaat. (ps. Time To Switch to Whiskey is een echte Lazyman-tune. Lund sings: "It's time to switch to whiskey, we've been drinking beer all night'). In Europa wordt Five Dollar Bill uitgebracht door Loose Records.