KIM RICHEY

Dit plaatje komt precies op het goede moment. Als je hierna de volgende recensie leest is je duidelijk waarom. Ja, Alt Country NL doet niet alleen graag soms interessant, een tikkeltje geheimzinnig bezig zijn op zijn tijd vind ik ook wel leuk. Goed. Kim Richey ligt in de cd-machine, Rise (Lost Highway) om precies te zijn, haar nieuwe, sublieme cd. Laat ik voorop stellen dat de hand van de producer - Bill Bottrell - heel groot is geweest. Net als bij zijn klussen voor Sheryl Crow en Shelby Lynne zorgt hij ook hier voor die typische zwoele zuidelijke sfeer met in de shaker country, pop en soul. En in zo'n stemming pas perfect gitarist Chuck Prophet (ex-Green on Red), die dit jaar in mijn jaarlijstje ongetwijfeld vergezeld gaat worden door Richey. Ze heeft haar geluid aangepast, gemoderniseerd beter gezegd. Van de country van weleer naar moderne Americana, waarbij zich vergelijkingen opdringen met Lucinda Williams en die twee die ik eerder noemde: Crow en Lynne. Op Rise brengt ze de luisteraar met intien vormgegeven sfeerliedjes de luisteraar in een heerlijke relaxstand. De romantici onder ons zullen zich vanzelf overgeven aan de geneugten van de liefde, mits natuurlijk een lief voorhanden is. Maar dit terzijde. Heel langzaam krijgt het geluid een licht-Arabische toon, ingeleid door het sfersche Without You en de superlicht vormgegeven exotische ballad Reel Me In, met tik-gedrum, lichte pianotoetsen, en bluesy gitaar. Tegen die tijd ben je helemaal klaar voor het sublieme middenspel: No Judges (met Oosterse tonen gespeelde banjo zet de toon) en het krachtige This Love (weer die banjo en een onweerstaanbaar refrein), wat mij betreft een radiohit van de eerste orde in Hilverscum. Waarna Kim Richey weer in haar melancholieke Americana-schulp kruipt voor nog eens vier prachtige liedjes, met als hoogtepunt Electric Green, een duet met Pete Droge (hij is er ook nog!). Zelden dit jaar een cd gehoord die zo vernuftig in elkaar steekt. Daar kan labelgenoot Ryan Adams nog heel wat van leren...


RYAN ADAMS

Uiteindelijk vond de hyperactieve Ryan Adams hetzelf overdreven. Kort na de release van doorbraakplaat Gold zei hij voldoende materiaal op de plank hebben liggen voor vijf cd's. Wellicht dat hij na de kritiek op Gold - iets teveel vulsel - op andere gedachten is gekomen. Hij dikte en dikte in, totdat er uiteindelijk dertien liedjes over bleven voor Demolition (Lost Highway). Het repertoire - ankerpunten: The Smiths en Gram Parsons - klinkt vertrouwd, maar niet als een geheel. Daarvoor is de kloof te groot tussen wat onze nieuwe held beproeft en dat is rock, pop en country. Op zijn best is hij met het rootsmateriaal (het sprankelende Chin Up Cheer Up) en vooral de ballads, met het verstilde Tomorrow (met Gillian Welch en David Rawlings) als hoogtepunt. Had hij die rustige momenten opgespaard, net als trouwens het populaire radiomateriaal, dan hadden we hier wellicht op korte termijn kunnen spreken over wereldplaten. Nu blijft het bij een cd met goede momenten (de poppy single Nuclear bijvoorbeeld). En dat is te weinig voor een groot talent als Ryan Adams.


JIM LAUDERDALE

JIM LAUDERDALE & RALPH STANLEY

Steve Earle roept dat Buddy Miller de beste countryzanger. Miller op zijn beurt vergeet nooit te vertellen dat er op dit moment maar een countryzanger echt toe doet: Jim Lauderdale. Waarom hij de grotere massa maar niet aanspreekt? Wellicht heeft het ermee te maken dat er te weinig drama over hem naar buiten komt. Steve Earle heeft een deel van zijn loopbaan te danken aan zijn ruige bestaan. Het verhaal van Miller is ook best wel spannend. Rondtrekkend sinds de jaren zeventig, en dan plots de blits maken. Lauderdale daarentegen blijft in de luwte en blijft daardoor muziek maken voor fijnproevers, die verder kijken dan alleen de bladen zeg maar. The Hummingbirds (Dualtone), zijn nieuwe, is onmiskenbaar country, maar dan wel country met de blik vooruit en zijpaden niet schuwend. Zo gaat hij lekker de jazztoer op met het swingende It's A Trap en zijn er sprankelende poptonen te ontwaren op het hppelend-frisse Eternal, waarna hij met Morning teruggaat naar de bron en daar tegelijk een rijpe countryrockgitaar bij zet. Zo doet hij op ieder liedjes wel iets bijzonders. De titeltrack is country, vervlochten met bluegrass, Let's Not Say It's Over heeft een pracht aan akoestische gitaartonen en net zo fraai verzorgd zijn de catchy countrytunes I Know Better Now en het stevigere It's Worth Looking Up. Helemaal speels is de bluesy rockcountry van Jacobs' Ladder waarna rock overheerst op Rollin' The Dice en hij tot slot een flitsende fiddle tevoorschijn tovert op eindtune New Cascade.

En we vanzelf aanbeland zijn bij Lauderdales samenwerking met banjolegende Ralph Stanley (& The Clinch Mountain Boys). Inmiddels de zeventig ver gepasseerd blijkt Stanley nog opvallend veel elastiek in zijn vingers te hebben, getuige zijn virtuose muziekspel op Lost In The Lonesome Pines (Dualtone) , het vervolg op de met een Grammy genomineerde cd I Feel Like Singing Today. Wie nog altijd beweert dat bluegrass oubollig is raad ik aan de veertien tunes op dit formidabele schijfje tot zich te nemen. De samenzang van Lauderdale en Stanley (en anderen) is zonder meer pakkend, de muzikale inkleuring stralend. De akoestische begleiding met mandoline, gitaar en banjo lijkt sober, maar om beurten mogen de zes Mountain Boys de boventoon voeren en dat geeft je als luisteraar telkens weer een verrukt gevoel. Hoor die op hol geslagen banjo, de soms weeige en dan weer flitsende viool en de zwierige gitaren. Bluegrass is straatoud en meestal plukken artiesten uit het al bestaande repertoire. Lauderdale echter tekent voor dertien van de veertien liedjes, waaronder minstens twee klassiekers: het vorlijke She's Looking At Me en de mooi samen gezongen bijbeltune Zacchaeus. Het maakt van Jim Lauderdale kandidaat voor Blue Highways. En laat hem Ralph Stanley meteen meenemen.


STEVE EARLE

Die indringende blik op de achterkant van de hoes; het is Steve Earle bittere ernst. Op zijn nieuwe cd Jerusalem (Artemis Records) is hij meer dan ooit politiek activist. Regelmatig dook de laatste jaren protest op in zijn liedjes, Jerusalem daarentegen is een grote aanklacht tegen de maatschappij, ofwel die egoistische schiet-, graai en vreetbende. Het is een pikdonker tijdsbeeld van de wereld na 11-9, met op de korrel The American Dream en Jerusalem als naderend Armageddon. De muziek is op grote delen passend-grimmig en daarmee niet makkelijk in het gehoor liggend. Wel zuigt hij de luisteraar naar zich toe met zijn emotioneel gezongen pamfletten waarin hij zich muzikaal vernieuwt. Dat deel vervlecht hij met ouderwets goed en pakkend songmateriaal, zoals de singer-songwritertune The Kind, de Springsteenachtige worksong - hoor dat orgeltje! - What's A Simple Man To Do?, de pittige rootsrocker Shadowland en hopesong Jerusalem. Want ondanks alle ellende ziet Steve Earle toch licht aan het eind van de tunnel. Iets dat je niet zou denken bij het begin van deze cd. Steve Earle doet wat de jongere generatie zou moeten doen; gevaarlijke muziek maken. En dat brengt met tot een, hopelijk, idiote gedachte: of hij zijn leven nog lang veilig is in het land van Kennedy, Martin Luther King en Malcolm X?


BUDDY MILLER

Steve Earle noemde Buddy Miller ooit de beste countryzanger ter wereld. Dat was kort voor de grote doorbraak in Europa. Miller maakte dat ook waar met de prachtige albums Posison Love, Your Love and Other Lies en het titelloze duoalbum met eega Julie. Miller heeft inmiddels de status bereikt dat een grote schare fans zijn cd's zonder meer zal afnemen, zoals Earle, Waits, Harris en andere groten dat ook moeiteloos kunnen. Het mooie van Midnight And Lonesome (Hightone/Sonic Rendezvous), mooie titel wederom, is dat Buddy Miller niet een voorspelbaar vervolg heeft gemaakt, maar dat hij zijn blik heeft verruimd en nieuwe elementen heeft toegevoegd aan zijn typische countrygeluid. De combinatie van country met een zompige onderbuikensound kenden we al, zijn typische twang-gitaargeluid ook, evenals zijn talent als ballad- en mountainsongvertolker. Daarmee zijn de meeste liedjes - vier samen met Julie geschreven, enkele van Julie alleen en een paar covers - al benoemd en is deze nieuwe cd al geslaagd. Maar de sympathieke singer-songwriter doet meer. HET liedje (van Miller, eega en Jim Lauderdale) duikt na een minuut of twintig op. When It Come To You: jaren dertigsfeer met een diepe bas, een swing-steelgitaar (van Al Perkins) en Miller zoetgevooisd verliefd met vlindertjes in de buik, wachtend en smachtend op zijn lief. Nog twee van zulke onverwacht-magistrale momenten komen voorbij: ingetogen soul op Please Send Me Someone Love (van wijlen Percy Mayfield) en uitbundige cajun op Oh Fait Pitie D'Amour. Ze maken het verschil met de vorige platen en maken tevens van Midnight And Lonesome zijn beste plaat totnutoe. Verplichte aanschaf, beste lezers!


TIM CARROLL

Trainsongs zijn voorbehouden aan Amerikaanse zangers. Zeker vroeger, toen de auto nog niet zo vaak reed door de prairie. De locomotief die stoom uitblies en een levensteken blies maakte diepe indruk op nogal wat troubadours. Nu heeft Europa dan ook zijn ultieme trainsong, dankzij Tim Carroll. Hij moet in Parijs zijn geweest waar hij op de TGV stapte. Dat leverde het knisperend-huppelend countryliedje The TGV op voor zijn nieuwe cd Always Tomorrow (Sideburn Records). In meerdere opzichten een heel leuk plaatje. Carroll verstaat de kunst om met weinig poetische woorden toch heel overtuigend over te komen. Hij denkt nogal wat na over zijn leven als artiest en brengt de boodschap terug to de essentie: ''Ik heb niet veel geld, maar des te meer rock' n' roll'', zingt hij op openingstrack A Lotta Rock 'n' Roll. In het verlengde daarvan zingt hij tegen het eind op (Why Do I Need A) Job?:

Why do I need a job, I feel so free I have nowhere to be, Why do I need a job.

Een levenswijze, beste lezers, waar wij niet zelden dolgedraaid, hardzwoegend klotevolkje stinkend jaloers op mogen zijn. Carroll ver[akt zijn boodschappen in een aardig breed spectrum aan stijlen: country, rock, en een mix daarvan. Dat maakt van Always Tomorrow niet meteen een coherent product, maar Carroll heeft wel genoeg klasse om je als luisteraar op tijd te verrassen met eerlijke muziek en dito teksten. Verkijgbaar via Miles Of Music.


PATTY GRIFFIN

Wel, deze cd is al een half jaar oud, maar ontsnapte vreemd genoeg aan mijn aandacht. Iemand tipte me - "Luister eens naar de nieuwe Patty Griffin" - en ik ("Godverdomme ja, ben ik helemaal vergeten") bestelde het schijfje alsnog. Vreemd genoeg kreeg ik vervolgens de cd ook nog eens toegestuurd vanuit Amerika (daarover straks meer). 1000 Kisses is klassiek van opzet. Tien tracks staan erop, niet meer, goed voor bijna veertig minuten muziek. Daar neemt de gemiddelde cd-koper tegenwoordig geen genoegen meer mee, maar ik wel. Want Griffin doet nu wat typerend is voor een grote plaat; je verlangt naar meer als de cd-machine ermee ophoudt. De akoestisch opgenomen liedjes hebben een bepaalde romantische melancholie die vredig stemt. Het geluid is onmiskenbaar Americana, of preciezer gesteld, een combinatie van country, folk en mountainmuziek. Rond de prachtige stem van Griffin en sobere gitaarakkoorden worden wondermooie melodielijnen uitgezet, verder ingevuld door accordeon en overige snareninstrumenten. Stolen Car is de cover hier van Bruce Springsteen, de rest is eigen werk. Inclusief Mil Besos, Spaans voor 1000 Kisses. En dat klinkt precies zoals de naam al doet vermoeden; zwierig, romantisch, passioneel. Goed voor een plek in mijn jaarlijstje, zeker weten. O ja, die tweede cd geeft Alt Country NL weg. Aardig, nietwaar? Wie van jullie is toch die fan van Griffin die het schijfje om uiteenlopende redenen - geldgebrek, cd-brander kapot etc - nog niet heeft. Stuur een inspirerend briefje naar Alt Country NL en wie weet ligt de cd binnenkort bij jou in de brievenbus.


THE BIGGER LOVERS

How I Learned To Stop Worrying van van The Bigger Lovers was een rijk muzikaal avontuur. Munich hoorde de kwaliteiten, pikte de band uit Philadelphia op en liet die verder rijpen voor het vervolg. Dat is er nu, en om maar meteen met de deur in huis te vallen: ze doen het weer! Opnieuw vliegen de knisperende koortjes en gitaren je om de oren. Met dit verschil dat het speelse muzikale gezelschap meer een eigen geluid heeft gerkegen, met iets meer power. De prominent aanwezige Beach Boys-koortjes op het debuut waren meer dan charmant, maar daar moet je geen hele loopbaan op gaan teren. The Bigger Lovers met als spillen de songschrijvers Brett Tobias en Scott Jefferson, doen het dit keer vooral op eigen kracht, met als klinkend resultaat Honey In The Hive, zoals de plaat heet. Dat vertaalt zich in meteen vier pakkende liedjes, waarna het eerste rustig-dromerige moment aanbreekt. Ververvolgens trakteren ze de luisteraar wederom op een trits enthousiast gebrachte popdeuntjes. Zonder meer radiofahig, deze liefjes, maar daar zal de radiopolitie in Hilverscum wellicht anders over denken...


THE VESSELS

Krijgen we na Britpop dan nu Britcountry? Het begint er wel op te lijken. Na The Arlenes en Minibar is er nu dan The Vessels. Dit combo uit Sussex combineert het fijnste uit Engeland (sprankelende pop) met dat van Amerika (Beach Boys-samenzang), inclusief een vleugje country. Deze combinatie werkt welhaast perfect op de titelloze debuutplaat. Mark Wallis (La's) tekende voor de productie en dan weet je dat het accent op de pop zal liggen. Nu ben ik altijd gek geweest op bandjes als The Smiths, The La's en The Stone Roses - kort daarna kreeg ik het rootsvirus -, dus voor mij is dit schijfje deels een grote deja vu. Ik tel op dit schijfje in de gauwigheid vijf radiosongs, ofwel potentiele hits; frisse liedjes met verkwikkend gitaarwerk van Gerard Gannon (een naam om te onthouden), die bij mij ene Johnny Marr in herinnering roept. Een wonderlijke combinatie; country en pop, ofwel The Beatles meeting Hank Williams. Het werkt, overtuig jezelf!


DRESSED IN BLACK

Het is nog maar zeer de vraag of Johnny Cash ons binnenkort zal verlaten. De laatste berichten over zijn gezondheid zijn hoopgevend. Niettemin hebben een aantal artiesten de tijd rijp gevonden voor een tribute. En die klinkt opvallend twangy. Platenfirma Dualtone liet de totale productie over aan Dave Roe en Chuck Mead en liet Ray Kennedy, de compaan van Steve Earle, de zaak vakkundig-ruw mixen. Dat levert achttien krachtige tunes op, waarvan de meesten het predikaat voorbeeldig verdienen. De start is formidabel-kruidig met Hank III (Wreck Of The Old '97), Robbie Fulks (Cry, Cry, Cry) en Rodney Crowell (Ballad Of A Teeneage Queen). Daarna ziet Raoul Malo een lang gekoesterde wens in vervulling gaan met een dromerige vertolking van diens favoriet I Guess Things Happen That Way. Het mooie van de cd is dat de liedjes kakelvers klinken, maar dat de geest van Cash - de bonanza-gitaar - vaak doorklinkt. Nog meer hoogtepunten. Get Rhythm (met veel ritme!) door Rev. Horton Heat, het lekker-zoete duet Pack Up Your Sorrows van artiestenstel Kelly Willis en Bruce Robison, de diepe baritonversie van Luther Played The Boogie door Redd Volkaert, een puntige vertolking van Big River door Rosie Flores, een Cash-echte versie van Follsom Prison Blues door James Intveld, een crooner-vertolking van I Still Miss Someone door Earl Poole Ball. Ik ben ze geloof ik allemaal aan het opnemen. Wat zou het. I'm Gonna Sit On The Porch And Pick On My Old Guitar wordt heerlijk gezongen door Damon Bramblett. Train of Love door Kenny Vaughan is swamptwang, Jackson is een frivool duet van Mandy Barrett en Chuck Mead, Eddie Angel doet pakkend Straight A's In Love en dan mag Chris Knight de boel afmaken met een weergaloze versie (met viool) van Flesh & Blood. Goed, een heb ik er nog niet genoemd, en dat is de enige mindere versie van allemaal. Dale Watson doet I Walk The Line met een dieper dan normaal-diepe stem. Dat pakt niet goed uit. Bij dat ene smetje blijft het. Vergeet het en onthou dit: Cash is tijdloos.


RON SEXSMITH (eerste helft)

(tweede helft)

 

Het gebeurt een eind onderweg. Je hebt genoten van zeven luisterliedjes (daarover zo meteen meer) als plots een ongrijpbare instrumental opduikt, gevolgd door de discotune Dragonfly On Bay Street. Net of je in een spannende film wordt gestoord door een irritant reclameblok. Wat bezielde Sexsmith tot deze vreemde kronkel? Of was het de overhand van producer Martin Terefe. Wilde hij stiekem zijn stempel drukken op de cd, zoals Steve Earle en Ray Kennedy dat deden op de rootsgetinte voorganger, Blue Boy. Goed, in maart kreeg ik de ruwe verdsie van Cobblestone Runaway (V2), een titel die trouwens door Morrissey bedacht had kunnen zijn. De omschakeling qua geluid was even wennen, maar weldra begon ik in de auto mee te zingen en neurien, en met mij na een poos de hele familie, inclusief kids (6 en 4 jaar). Luisterliedjes vol hoop als Former Glory, The Last I Can Do en het wonderschone God Loves Everyone behoren tot het beste dat Sexsmith ooit geschreven heeft. Maar dan die verdomde kronkel. Gelukkig herstelt de introverte Canadees zich, maar duurt wel weer even voordat je in de hemelse sferen van het begin terecht komt.



MIKE STINSON

Mike Stinson doet me denken aan The Souvenirs, dat geweldige countrycombo boordevol sentiment. Beiden maken countrymuziek, okee, maar daar doel ik niet op. Ze kunnen zo heerlijk overdrijven als ze zingen over hoofdpijn (na een avond zuipen) of liefdsverdriet (als hun lief niet meer thuis komt). Dat zelfmedelijden krijgt iets charmants doordat je als luisteraar het idee krijgt dat Stinson - met opvallend magere maar wel dwingende stem - zichzelf net als The Souvenirs (waar blijft hun nieuwe cd?) niet echt serieus neemt. Het is zeg maar leed met een knipoog wat deze nieuwkomer - het is tevergeefs zoeken naar meer info op internet - de luisteraar voorschotelt op negen liedjes. Niet twaalf of tien liedjes, maar negen; ofwel nog geen dertig minuten muziek.Maar dat alles is wel voldoende, daarvoor zorgt hij wel voor, samen met producer Charlie McGovern (Vitoria WIlliams) en uitstekende musici als Tony Gilykson (X, Lone Justice), Don Heffington (Lone Justice/Bob Dylan/Lucinda Williams), Randy Weeks en Ramsay Midwood. Hoog in de charts van Miles Of Music, dit in alle opzichten opvallende debuut.


VENICE

Nog steeds nauwelijks een hond in Amerika die naar Venice luistert. Dat is anders in Nederland, sinds de close harmony popband een Twee Meter Sessie deed. De cd`s waren niet aan te slepen. Inmiddels enkele succesvolle tournees verder, inclusief twee maal Bospop in Weert, lijkt Venice een nog groter publiek te willen bereiken met het kien opgetuigde Welcome to the rest of the world (Sony). Dat gegeven maakte me aanvankelijk zo wantrouwend dat ik na het horen van de superclich‚ballad Language Of My Heart een allesomvattend oordeel meteen klaar had: kloteplaat! Daarvoor mijn excuses, beste fans. De meeste liedjes ú keurig verzorgde rock, pop en country ú rijpen door de vele zonnestralen snel in je hoofd. Onmiskenbaar Venice, getuige de smaakvolle samenzang, maar wel met een lichte verschuiving van roots naar popmuziek. Ofwel van Crosby Stills Nash & Young richting surfsound van The Beach Boys. Met als altijd, dat tikkeltje Eagles. Venice blijft okee, ondanks af en toe een weee noot.



ADAM CARROLL

Hij is vaker besproken door Alt Country NL: singer-songwriter Adam Carroll, wiens twee eerste cd's (South Of Town en Lookin' Out The Screen Door) staaltjes schrijversvakmanschap waren. En dat terwijl deze Texas kid pas 27 jaar is. Lees zijn stories, zijn biografie, recensies en interviews en je zult versteld staan van de namen waarmee hij gelinkt kan worden. Natuurlijk de grote Texaanse jongens, Guy Clark, Lloyd Maines, Joe Ely, Robert Earl Keen, Townes van Zandt, Pat Green maar net zo goed Bob Dylan, John Prine (vooral hij), Robert Earl Keen, Neil Young, Slaid Cleaves en Todd Snider. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan; van alle hiervoor genoemde songschrijvers is wel wat terug te vinden in zijn liedjes. Zijn beste en publieksfavorieten heeft Carroll solo verzameld op een live-cd, plus een nieuwe song, en opgenomen in zijn favoriete club Cheatham Street Warehouse. Dat betekent in de praktijk zestien liedjes in de folkcountrytraditie met prima finger-picking, een passende ietwat gerookte stem en, typisch voor Carroll, veel humor. En dat laatste moet hij van Prine hebben, het gevoel vor ironie. En zo zit je van tijd tot tijd te glimlachen als hij Blondie op de korrel neemt, Elvis of gewoon een grappig liedje zingt als Snow Cone Man en Karaoke Cowboy. Verkrijgbaar via Miles Of Music


STEWBOSS

Net toen ik dacht, ik heb het wel gehad met Stewboss dwong het Amerikaanse rootsrocktrio me terug naar de koptelefoon. Tegen het eind van Sweet Lullabye (Bertus) komen een paar heel aardige momenten voorbij. Wat heet aardig. Let's Go To Texas is gewoon een van de beste rootsrocktunes die ik dit jaar heb gehoord (en te beluisteren op het internet-radioprogramma Take Root). Ruw, springerig en met een goede melodie. De next one, Meet Me In Your Dreams is net zo puik, een slepende ballad met vet orgel en dikke gitaren. En hoe verrukkelijk het slotakkoord, O Carry Me, met een heerlijk ouderwets klinkende gitaarsolo als inleiding. Dat was net wat Sweet Lullabye nodig had - een extraatje aan peper. Hey, let wel, de elf nummers voldoen aan de eisen van de gemiddelde lezer van deze website: rake melodieen, voorbeeldig gespeeld en overtuigende songwriting. Het enige dat je je wenst is een beetje meer rock en een beetje minder ingetogenheid. Ben benieuwd voor wat voor aanpak dit trio kiest op zaterdag 5 oktober op Take Root in Assen. Zorg dat je erbij bent.


THE BLASTERS

Het waren spannende jaren voor de muziek, begin jaren tachtig. In Engeland floreerde new wave als erfenis van de punk. In de VS kreeg punk een vervolg in de vorm van ruige rootsmuziek. Terwijl The Fabulous Thunderbirds Austin opzadelden met energieke blanke kids-blues, was er westwaarts een stel jongeren bezig met de snelle variant daarop. The Blasters zorgden dat Elvis en Jerry Lee Lewis een nieuwe injectie kregen. De cultband - met in de gelederen de broertjes Dave en Phil Alvin, John Bazz, Bill Bateman en Gene Taylor - bleef tot halverwege de jaren tachtig intact. Ik weet niet wie op het idee kwam, maar vorig jaar besloten The Blasters een reunietour te doen. Het resultaat daarvan - enkele muziekavonden in The House Of The Blues in LA - is te horen op Trouble bound (Hightone/Sonic Rendezvous), zoals de live-cd heet. Met daarop zeventien live favorieten met alle ingredienten: de typische snik-rock 'n' rollstem van Phil Lee, de scherpte telecaster van zijn broer, met als fundering die dampende ritmesectie. Samen zijn ze goed voor een dik uur speelplezier dat de luisteraar niet onbewogen laat. Leuk is trouwens liedje nummer 9, Hollywood Bed, een hypnotiserende blues. A la...The Fabulous Thunderbirds. Of zouden die het trucje hebben afgekeken in LA? In ieder geval: vette plaat. Trouble Bound komt uit op 1 oktober


RUTHIE FOSTER

Eigenlijk behoort deze recensie hiernnaast te staan, in de sideline. Maar ik heb het gevoel dat dit stukje extra aandacht verdient en hopelijk uitmondt in een aantrekkelijk vervolg voor Ruthie Foster. Deze zwarte Texaanse zingt de blues, en doet dat zo verfrissend dat je met enige verbeelding Lightnin' Hopkins ziet swingen in zijn graf. En al zeker haar inmiddels overleden moeder die dochterlief inspireerde te gaan zingen: "Open your mouth and sing girl." Het duurde wel even. Ze studeerde muziek en was even cameravrouw, maar langzaam ontpopte ze zich steeds meer als performer. Eerst met een US Navy Band, en tegenwoordig solo. Runaway Soul (Blue Corn Label) is haar tweede plaat. Dat haar blues zo luchtig-rootsy klinkt komt wellicht, omdat Lloyd Maines achter de knoppen zat. Stel je voor een stem a la Ella Fitzgerald en Aretha Franklin, ergens in die buurt. En die gebruikt ze voor bluesnummers, die niet zelden klinken als gospel en die door speelse arrangementen nergens voorspelbaar klinken. Foster pende de meeste liedjes zelf en waagt zich verder aan een enkele traditional en covers van Brownie McGhee en Terri Hendrix. Met de klinkende vertolking van Hole In My Pocket van laatstegenoemde slaat Foster zowaar een brug naar Americana. Wel, ik hoop dat dit stukje doordringt bij de organisatie van Moulin' Blues, zodat we deze sympathieke zangeres volgend jaar in de Peel kunnen verwelkomen. En zorg dat je er dan bij bent.


THE WATCHMAN

Mocht ooit iemand op het idee komen om een jaarlijkse alt country nl-prijs in het leven te roepen - hey, is dat geen goed idee Alt Country NL? - dan weet ik wel een eerste gegadigde: The Watchman, alias Ad van Meurs. De singer-songwriter uit Eindhoven zet met nimmer aflatende energie rootsmuziek op kleine schaal op het podium, speelt zelf zijn vingers blauw en neemt met regelmaat van de klok met veel vakmanschap platen op, waarin zijn dierbare Eindhoven wordt neergezet in een prairie-sfeer. Zo ook op Carnival Of Circumstance (CRS), een typische Van Meurs-titel, want dat doet hij wel vaker, strooien met zwierig klinkende titels. De tobber, de romanticus, de verteller, de verwonderaar, in al zijn facetten is Ad van Meurs aanwezig op zijn nieuwe plaat. Dat resulteert in veertien luiterliedjes, ondersteund door frivool-fraai akoestisch gitaarwerk van de troubadour zelf, hier en daar voorzien van extra zoet-passende vocalen (Ankiel Keultjes en Aggie de Kruijf) en immer met doordacht spelende muzikanten om hem heen: Theo Wijdeven, Stephan Jankowski, Eric van der Lest en Gene Williams. Carnival Of Circumstances is van dezelfde hoogwaardige kwaliteit, zoals we die de laatste jaren van The Watchman gewend zijn. Wie weet komt de eerder gememoreerde prijs er ooit. Dan weet ik ook meteen een goede introductie: "Beste mensen, hier is hij dan, geef hem een hartelijk applaus, de Townes van Zandt van de lage landen..."


KIM CHESHIRE

Kim Cheshire is een countryzanger uit Australie, die ooit met zijn (vorige) band The Wheel de Golden Guitar in de wacht sleepte, een prestigieuze country-award. Bovendien werd The Wheel in 1996 en 1997 tot beste countryband bekroond in eigen land. Bandleider Cheshire doet het tegenwoordig solo en Rocking Horse To Mars (Laughing Outlaw Records) luidt de titel van zijn debuut dat twaalf pure tunes telt vertaald in het rijke countryidioom. Dat betekent dus dat we ballads horen, afgewisseld met het snellere werk en kleine uitstapjes richting swing, bluegrass en pop. Opvallend zijn de bijdragen: Russell Smith (Amazing Rhythm Aces) en Kasey Chambers (op de Greateful Dead-cover Ship Of Fools). Er is eigenlijk heel weinig mis mert deze cd, alleen vind ik Cheshire in het algemeen wat te gewoontjes klinken.


CHIP TAYLOR & CARRIE RODRIGUEZ

Het begon bij wijze van experiment. Singer-songwriter Chip Taylor, genezen van enkele decennia gokken op de renbaan, deed op zijn laatste tournee door Nederland een duet met violiste Carrie Rodriguez. Dat smaakte naar zoveel meer - vond niet alleen het publiek - dat Taylor meteen een hele cd met duetten pende. Om meerdere redenen is Let's Leave This Town (CRS), zoals het resultaat heet, een feest voor het oor. De donkere stem van de troubadour - inmiddels de zestig jaar gepasseerd -, harmonieert fraai met de krachtig-heldere jeugdstem van Rodriguez. De Amerikaanse speelt vreugdevol en speels viool, regelmatig de beurt overlatend aan een andere virtuoos op gitaar, John McCann. Rodriguez inspiureerde Taylor kennelijk tot een forse smaakverbreding. In plaats van vertrouwd klinkende luisterliedjes duken om beurten bluegrass, country, swing en lichte jazz op. Nog een ding moet gezegd over dit bijzonder smakelijke album: het zou me niet verbazen als Let's Leave This Town tevens de lancering blijkt te zijn van Carrie Rodriguez als solo-artieste. Wat een talent, zeg.


THE HANGDOGS

The Hangdogs is het perfecte bandje voor in een zweterig-rokerig muziekhol als Tom Tom in Heythuysen of Maloe Melo in Amsterdam. Al gauw loopt de temperatuur op als de New Yorkse countryrockers inpluggen. Het spreekt als vanzelf dat de tapkraan op zo'n avond niet meer dichtgaat. Je kunt je ook wat voorstellen bij het geluid. Versterkers worden zoveel mogelijk in hoekjes verstopt of op elkaar gezet en de mixer bevindt zich gewoon tussen het publiek. In zo'n ambiance moet Something Left To Sell zijn opgenomen, de ultieme live-cd van The Hangdogs dus. Inmiddels staat het in New Yorks' Rodeo Bar en Bowery Ballroom opgenomen plaatje hoog in de charts bij Miles Of Music. We horen favoriete Hangdogs-tunes als Monopoly on the Blues, Little Man in A Boat en Answering Machine. Daarnaast covers van geliefde artiesten als Robby Fulks, Cheri Knight en Nathan Bell. Vertaald in muziek gaat het om kruidige rootsrock, met veel oude rock 'n' roll, afgewisseld met hier en daar een ballad om weer op adem te komen. Verwacht geen super-hi-fi-weergave, maar zonder opsmuk opgenomen tracks waarbij de feestelijke atmosfeer goed voelbaar is. Something Left To Sell verveelt geen moment.


JESSE MALIN

Voor hetzelfde geld was dit plaatje aan me voorbij gegaan. Bertus stuurde een promo, in een plastic hoesje, verder niks. Geen hoesje, bedoel ik, wel een a-4tje. Snel er overheen lezend viel mijn oog op de naam van Ryan Adams, de producer van The Fine Art Of Self Destruction. Goed dan ga je vanzelf verder lezen en duurt het een seconde of tien en de cd-machine staat al aan. Nog even wat background. Adams zegt: "Jesse Malin's songs are so good they hurt my feelings". Adam Duritz noemt de cd "the best album anyone has made this year". En filmmaker Jim Jarmusch: "Jesse is a resillent and vibrant force in New York's rock 'n' roll world". Zo! En dat is dan ook vanzelf wat je voor je ziet als je zijn leidjes hoort. De weltschmertz van Duritz en Adams gekoppeld and een roadmovie van Jarmush. Opgenomen in zes dagen met Carl Glanville (U2, Counting Crows) achter de mixtafel, Melissa Auf der Maur (Smashing Pumpkins) op bas, Adams op lead gitaar en Joe McGinty (Ween, Spacehog, Psychedelic Furs, Angels Of Light) op toetsen. Ja, ik noem veel namen, maar je proeft dat dit geen promotiestunt is van Malin of zo, maar dat ze het gewoon in hem in zien zitten. Ze beschouwen hem als een van hen, en de luisteraar zal dat na beluistering vanzelf ook doen. Er zit behoorlijk wat pijn in zijn stem - tussen Neil Young en Ryan Adams in - en dat voelt de rest van de band perfect aan. Er zitten countryinvloeden in de muziek van deze streetwise guy, maar zeker net zoveel rock en pop en het geheel ruikt beslist eerder naar grotestadsmuziek dan naar de prairie, het domein van de countryboys. De komende week ga ik ontdekken waar hij het toch over heeft. Mijn hart heeft hij al gestolen. Malin gaat het dit jaar maken. Zou dat ook gebeurd zijn zonder Adams, Duritz en Jarmusch? Of had de media dan over hem heen gekeken?


LYNETTE MORGAN AND THE BLACKWATER VALLEY BOYS

Dit is het meest merkwaardige plaatje dat ik dit jaar heb gedraaid. Ik meende echt met een re-release van doen te hebben. De foto's op het hoesje zijn hooguit jaren vijftig, de muziek idem. En dan de release op een een Spaans label, El Toro (Sonic Rendezvous). Ze spelen een mix van Texas swing, hillbilly en rockabilly. Amerikanen? Welnee, dit vijftal komt uit Engeland! Zo, hebben we alle curiosa op een rijtje staan. Road Signs & Middle Lines heet de vreugdevolle speelse cd. Vaste lezers weten dat Alt Country NL door de jaren heen gek is geworden van swing. Hotclub Of Cowtown deed onlangs mijn gemoed vrolijker stemmen. Maar waar de Amerikanen uit Austin kiezen voor een moderne productie, daar kiezen de Engelse voor een meer pure benadering. Luister, dit schijfje had net zo goed in de jaren vijftig gemaakt kunnen zijn, maar omdat dit soort muziek nog maar zelden wordt gemaakt klinkt die toch okselfris. Live opgenomen in de studio flitsen de gitaren puur, pompt de bas avontuurlijk, spelen de drums met potten en deksels, snerpt de viool zijn lied en wordt er helder-overtuigend gezongen door spil van de band Lynette Morgan, soms afgewisseld door tweede spil, gitarist Willy Briggs. Of ze doen het samen in een romantisch swingend duet: Don't You Let Me.



CAROLINE HERRING

Het wordt moeilijk om een cd van de maand te kiezen de komende tijd. Want er komen wat juweeltjes op de proppen, na een aanvankelijk magere oogst de eerste helft van 2002. Caroline Herring komt erg sterk voor de dag op haar debuut-cd Twilight (Blue Corn Music) , waarop ze het leven in Missisippi bezingt in de vorm van jeugdherinneringen met niet zelden haar familie als bron, een enkele roadsong, telkens geent op persoonlijke ervaringen. Zo dacht Herring ook na over een liedje dat Hank Williams had kunnen bedenken en het werd Devil Made A Mess, ja, een tranentrekkende countrytune, al had Williams ook op een songtitel kunnen komen als de dramatische traditional met veel bloed, Wreck on The Highway, die haar opa nog veel zong. Soms doet ze denken aan de Americana van Lynn Miles (de intonatie van Wise Woman), vaker aan de mountainsongs van Gillian Welch, en nog het meest aan de folkcountry van Kate Campbell en is er ook een ondertoon van oeroude bluegrass te horen. Ze schrijft soepeltje en daardoor overtuigend hetgeen een het-leven-omarmend liedje als Learning To Drive frivool-levensecht maakt. Herring - dochter van de baas van de republikeinse partij in Missisisippi, maar zelf liberaal-vooruitstrevend - beschikt over een ietwat donkere, rustgevende stem, maar weet als het moet (Emma, Whippoorwill) de hogere regionen te bereiken, hetgeen de klankkleur net zo boeiend maakt als har schrijfstijl. Herring maakte Twilight trouwens met de steun van enkele uitmuntende musici, waarvan Peter Rowan (gitaren) en Lloyd Maines de bekendste zijn. Wat valt er verder nog te zeggen, eigenlijk? O Ja, snel bestellen dit prachtplaatje bij Miles Of Music..



All Rights: Hanx