Gezien: Roots of Heaven VIII
Waar: Patronaat, Haarlem
Wanneer: Zondag 13 mei 2007

NET ZO MOOI ALS WHISKEYTOWN

Door Patrick Donders

Afgelopen zaterdag heb ik Whiskeytown’s Stranger Almanac op mijn iPod gezet. Ik MOEST mooie begeleiding hebben bij mijn zoektocht naar cadeaus voor moederdag. Op de lekkere-luchten-afdeling van de Bijenkorf concludeerde ik dat ze zo toch niet meer gemaakt worden. Gelukkig werd ik één dag later al terecht gewezen.  Eén dag later was zondag 13 mei. De locatie was het prachtige Patronaat in Haarlem.

Richmond Fontaine speelde op de 8ste uitvoering van Roots Of Heaven en Richmond Fontaine-in-vorm is misschien wel net zo goed als Whiskeytown. Zeker als Willy Vlautin een echt liedje speelt, dan hoor ik onvervalste No Depression. Vlautin speelt niet alleen maar liedjes. Hij maakt ook geluidscollages waarbij hij anderen op een trompet of een mondharmonica laat blazen. Die collages bevatten iets te veel van niets, maar een echt liedjes spelen kost geen moeite en levert veel meer op.

Vlautin vertelde dat The Sadies al jaren zijn favoriete bandje zijn. Het kwam mooi uit dat ze net voor hem hadden gespeeld. Hij had er van genoten. De broers Dallas en Travis Good kwamen de grote zaal binnen zonder te kloppen. De Spagetti-Surf rock is recht voor zijn raap en aanstekelijk tot op het bot. De presentatie lijkt onderkoeld en afstandelijk maar het spel is vurig. Zeker als de broers samenzingen en ze doen alsof ze 50 jaar zijn teruggebliept in de tijd. Luisteren naar The Sadies is als kijken naar een Western die zich aan zee afspeelt. Clint Eastwood in zwembroek.

Tussen al dat geweld was er rust in de kleine zaal. Tijdens het optreden van Whip kon je katoenpluis horen vallen. Jason Merritt bedankte het publiek voor de stilte. Stilte is noodzakelijk voor Whip’s muziek. Die bestaat er namelijk voornamelijk uit om de stilte met kleine speldenprikken te doorbreken. Zachte tikken op de xylofoon, subtiele computergeluidjes, rustig gitaarspel en, bovenal, hemelse samenzang op fluistertoon. Iedereen in de kleine zaal stond aan de grond genageld, wachtend op het volgende kippenvelmoment. En het ging maar door. Moment op moment. Het onverwachte maar sublieme hoogtepunt van de dag.

Rosie Thomas mocht het hen nadoen. Zij en haar mannen waren verdoofd door de lange vliegreis maar het zette Thomas op scherp. Ze kakkelde als een kip zonder kop en maakte van de soundcheck al een belevenis. Ze praat als de heks van Hans en Grietje, draagt het haar als BamBam en weet met haar onrust geen raad. Totdat ze gaat zingen. Dan zuigt ze zachtjes op haar bovenlip en duikt in zichzelf. Ze vindt zichzelf en de innerlijke rust om te vertellen. Haar tempoloze verhalen over verloren zijn in New York dienen slechts door kaarslicht te worden beschenen. Tussen de liedjes door zet ze de mistlampen aan. Ze giechelt, kibbelt en stelt zich aan. Het is grappig en een beetje vervreemdend. Het maakt haar optreden een kleine happening. Ze sluit af met een verstilde maar akelig mooie versie van REM’s The One I Love.

Het is een fraaie afsluiting van mijn Roots Of Heaven. Het festival was overigens verschrikklijk begonnen met een afschuwelijke Duane Jarvis. Hij, met de uitstraling van een gesjeesde docent op de Kunstacademie, wilde met zijn gitaar niet lijken op een artificiële folksinger. Vervolgens haalde hij er een drummer bij, maar die speelde alsof hij op een paard zat. Duane Jarvis is een meneer maar het solo-optreden was Roots Of Heaven-onwaardig. Minder dan artificieel. Saai en nietszeggend. Gelukkig was er daarna genoeg te beleven. Veel meer nog dan ik heb gedaan.

All Rights: Hanx