Will Stratton – Ontwaken In De Nacht


What The Night Said is voor Hanx één van de meest fraaie debuten van 2007. Tijd dus voor een gesprek met de nog jonge en zeer getalenteerde Will Stratton. Over alles op de plaat behalve het feit dat achter a mysterious figure played oboe ene Sufjan Stevens schuilgaat.


Door Wim Boluijt

Wim Boluijt. Waar ben je geboren? Is deze plaats (nog steeds) van invloed op je muziek?

Will Stratton. Ik ben geboren in Northern California, in de buurt van Davis waar mijn vader Engels doceerde aan de universiteit. Ik kan me Davis niet zo goed mee herinneren want ik was vier toen we naar het zuiden, naar de East Bay, net buiten San Francisco, gingen. Ik schreef een liedje over de plaats waar ik naar het kinderdagverblijf ging: Sunol. Toen ik zeven was verhuisden we naar een voorstad van New York City in New Jersey. Dat beschouw ik eigenlijk als mijn thuis en zodoende komt deze plaats ook veel voor in de liedjes op mijn eerste plaat. Vooral daar waar het gaat om beschrijvingen van mensen en plaatsen put ik uit mijn ervaringen opgedaan in deze plaats. Soms mis ik California wel. Ik heb er nog altijd veel familie wonen. Daarom schreef ik er dat liedje over.

WB. Wie zijn je vader en moeder? Je vader speelt mee op What The Night Said! Broer of zus?

WS. Mijn vader en moeder hebben heel veel invloed op me, ze hebben me mijn hele leven gesteund. Zoals ik al zei onderwijst mijn vader de Engelse taal, naast veel andere zaken. Toen ik nog klein was las hij me Chaucer en Beowulf voor als ik naar bed ging. Mijn moeder heeft veel banen gehad waarbij ze er ook nog eens in geslaagd is om mij op te voeden. Ieder jaar ben ik daar weer meer verbaasd over. Ze zijn alle twee behoorlijk muzikaal. Mijn moeder heeft een heel mooie stem en ook een prima oor voor melodie. Dat heb ik dus van haar. Ze geeft altijd op constructieve wijze commentaar op de muziek die ik schrijf, al doe ik er niet altijd mee wat ze zou willen. Mijn vader is een buitengewone muzikant. Er zitten letterlijk duizenden liedjes uit de laatste vijftig jaar in zijn hoofd. Hij speelt basgitaar en gitaar. Toen ik twaalf was kreeg ik van hem mijn eerste gitaar. Ik heb ook een oudere broer die mijn grote voorbeeld is. Hij speelt heel fraai trompet zoals hij zal laten horen op mijn tweede album waar ik momenteel aan werk. De muziek die mijn vader, moeder en mijn broer in huis draaiden toen ik opgroeide is van grote invloed geweest op mijn eigen muziek. Om een paar voorbeelden te noemen: mijn vader en moeder luisterden altijd naar de Barry Lyndon soundtrack toen ik nog heel klein was. Ik draai deze nog zeker een paar keer maand. Ooit, gedurende een winter, kocht mijn broer Pink Moon van Nick Drake voor me. Het is mijn favoriete album aller tijden!

WB. Waar woon je nu?

WS. Ik woon in Vermont, waar ik ook naar school ga. Als ik daar niet ben breng ik meestal de tijd door in Seattle, waar mijn ouders nu wonen. Soms ben ik ook in New York City waar mijn muziekvrienden te vinden zijn. Daar wil ik ook gaan wonen als ik afgestudeerd ben. Maar ik ga ook wel eens naar New Jersey waar de vrienden uit mijn jeugd wonen. Of Philadelphia waar mijn broer nu is. Ik ga nu dus nogal van plaats tot plaats, geen wonder dat ik me soms een beetje een zwerver voel.

WB. Ben je fulltime muzikant?

WS. Was het maar waar! Hopelijk komt het zover als ik afgestudeerd ben. Maar dat is vooralsnog slecht wishful thinking. Ik zit op het Bennington College waar ik muziek compositie studeer.

WB. Welke muziek en muzikanten zijn van invloed op je (geweest)?

WS. Ik weet niet of me van allen wel werkelijk bewust ben. Nick Drake was in ieder geval van grote invloed op mijn eerste album. Hij is nog steeds van grote invloed op mijn werk en dat zal waarschijnlijk altijd wel zo blijven. Big Star komt ook bij me op. Al zou ik dat een paar jaar geleden, toen ik bezig was met de opnamen van What The Night Said, nog niet gezegd hebben. De vroege Dylan mag er ook zijn. Vooral Freewheelin’. En dan zijn Alexander Scriabin, Joni Mitchell, Yann Tiersen, Erik Satie, Jim O'Rourke, Elliott Smith, Wilco, Broken Social Scene (vooral Kevin Drew), Fridge/Kieran Hebden, Django Reinhardt, Bill Evans, Claude Debussy, The Replacements, The Kinks en The Beatles (natuurlijk…) er ook nog.

WB. Lees je boeken die van invloed zijn op je muziek. Je citeert Robert Frost en ergens las ik dat je erg van T.S. Eliot houdt?!

WS. Zeker! Poëzie heeft wellicht een grotere invloed op mijn liedjes dan enige andere vorm van het geschreven woord. Soms probeer ik het zelf ook te schrijven, maar meestal leidt dat tot teleurstelling. Ik citeer Robert Frost (in Night Will Come. WB) omdat dit stukje zo goed past in het liedje. Ik hou van zijn werk. I think he was a lot more radical than people give him credit for. William Carlos Williams en Dylan Thomas zijn ook goed. Vooral de laatste is interessant. Ik denk trouwens dat ik meer van zijn korte verhalen hou dan van zijn gedichten. Portrait of the Artist as a Young Dog bijvoorbeeld. Wat een geweldig boek is dat! En hoewel misschien een beetje een open deur, Bob Dylan’s Chronicles Volume One heeft me erg geholpen tijdens een moeilijke periode in mijn leven. Het heeft zowel de wijze waarop ik liedjes schrijf als mijn kijk op de wereld eigenlijk helemaal veranderd. Als het om invloed gaat staat dit boek momenteel bovenaan de lijst.

WB. Er klinken elementen uit de klassieke muziek door op What The Night Said. Vooral in het pianospel. Debussy?

WS. Piano is het eerste instrument dat ik leerde bespelen. Ik moet zeggen: Debussy was het meest plezierig om te spelen. Satie komt dicht in de buurt, soms, en de minimalist in me geeft soms de voorkeur aan Satie, maar de harmonieën van Debussy zijn zo fraai! Daarbij komt nog dat ze me nooit als archaïsch in de oren klinken. Zoals ik eerder opmerkte studeer ik compositie. Ik schreef al klassieke muziek voordat ik ooit een folk liedje had geschreven dus lijkt het me niet minder dan natuurlijk dat ze soms als vanzelf doorklinkt in wat ik doe. Ik ben nu bezig met het arrangeren van de strijkers voor de nieuwe liedjes en die zullen een meer impressionistisch karakter hebben.

WB. Er is zoveel ‘nacht’ in je liedjes. Is het de angst voor de duisternis of de zegen om dingen niet te hoeven zien?

WS. Vooral het laatste. Mooi gezegd. Inmiddels probeer ik wat minder over de nacht te praten, maar dat valt niet mee. Het is juist dan dat ik op mijn best ben en wereld voor mij tot leven komt.

WB. Er lijkt ook wat kommer en kwel in je werk te schuilen. Een bezorgdheid. Over wat eigenlijk? Het onvermogen om de gave om dingen weer als nieuw te maken ook werkelijk te gebruiken (I Don’t Wanna Love)?


WS. Hahaha. Je verwijst nu net naar een stukje tekst dat nog over was van een liedje dat ik schreef toen ik veertien was en dat ik om de één of andere reden weer heb gebruikt. Het klinkt natuurlijk tamelijk vaag en ook wel melodramatisch. Ik ben echt niet zo zwaarmoedig. Ik denk zelfs dat ik het veel gemakkelijker heb dan veel andere mensen. Maar ja, vaak schrijf ik mijn beste liedjes als ik me somber of verdrietig voel. De illusie van helderheid die over me komt wanneer ik een goed liedje schrijf, helpt me vaak om beter om te gaan met een bepaalde situatie. Soms gaat het over een meisje maar vaker toch over mijn zorg dat het niet de goede kant op gaat met onze planeet. Er is meer dan genoeg te putten uit de ontevredenheid die een mens kan voelen over de wereld en haar bewoners. Mostly I feel at peace, though. Ik ben wel wat fatalistisch. Omdat ik geloof in lotsbestemming, in zekere zin. In mijn kijk op de wereld zit een zekere onthechting opgesloten. Van een afstand aanschouwen en de schoonheid ontdekken in plaats van je druk maken over wat er allemaal mis gaat.

WB. Toekomstplannen?

WS. Er komt een nieuwe plaat aan. Ik ben er mee bezig. Regelmatig optreden, platen uitbrengen en mijn diploma halen, dat zou mooi zijn. Misschien ga ik wel les geven. Met de hoop dat deze plaat of de volgende zoveel te weeg brengt dat ik het wat makkelijker wordt om met dit de kost te verdienen. Want er is niets wat ik met meer plezier doe!


De recensie van What The Night Said zoals die eind vorig jaar op Hanx verscheen.

Will Stratton - What The Night Said ****
Stunning Models on Display /
http://www.myspace.com/willstratton

Debuut van het jaar?

Hebben we hier bij Hanx Het Debuut Van Het Jaar te pakken? En al laten we een oordeel met een dergelijk groot soortelijk gewicht graag aan onze lezers en in hun kielzog de tijd, die ondoorgrondelijk schaaft en schift, over, Will Stratton heeft met What The Night Said een wonderlijk goed album gemaakt. Twintig is hij en hij komt uit New Jersey. Het begon allemaal met pianoles, kreeg een vervolg met een elektrische gitaar op zijn twaalfde verjaardag en daarna was het bandje in en bandje uit. Daaronder zaten er van het stevige soort, getuige de gitaren in Night Will Come. Over nacht gesproken, veel van deze liedjes zijn des nachts geschreven of hebben met de nacht van doen. Indachtig Nighttime van zijn grote voorbeeld Big Star. Op een dag gebeurde het. Kieran Kelly belde Will Stratton op. Of hij in diens Buddy Project Recording Studio wilde opnemen? Daar waar Sufjan Stevens ook opneemt? Nu weet u ook meteen wie er met ‘a mysterious figure played oboe’ wordt bedoeld… De twaalf liedjes zijn onmiskenbaar Stratton, al krijgt hij hulp van voornoemde Kelly, zijn vader, die bas speelt, en nog wat mannen. Vanaf het eerste moment openbaart Stratton een diepgang in woord & beeld en in muziek & klank die alleen De Groten is voorbehouden. Zijn folk is zacht, rond en mysterieus. Ze doet denken aan Sufjan Stevens, Iron and Wine, Elliott Smith, Mark Kozelek en Nick Drake. Zoals het waar talent betaamt weet hij echter elke werkelijke vergelijking te ontlopen in de nauwelijks te benoemen eigenheid die hem aankleeft. Hij citeert Robert Frost en schrijft zelf zinnen als:

We'll ban all mirrors and calendars so we won't age

Twaalf liedjes en allemaal mooi. Ook als je denkt, hoe gaat hij dit, na dit eenvoudige akoestisch gitaarslagje verder oplossen, zoals in Stay Awake, ontvouwt zich een liedje van verwondering over een kreupele lucht en het keren ten goede dat hoe dan ook zal komen. Dit is The Speed of the Sound of Darkness. En oh, die melodie van Katydid… (Wim Boluijt)


All Rights: Hanx